Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 83 Vw

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    De rechtbank houdt bij de beoordeling van het beroep rekening met: a.feiten en omstandigheden die na het bestreden besluit zijn aangevoerd, en b.wijzigingen van beleid die na het bestreden besluit zijn bekendgemaakt.

  2. 2

    Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt slechts rekening gehouden indien deze relevant kunnen zijn voor: a.de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28; b.de beschikking omtrent de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28; c.een besluit omtrent de intrekking van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling op wiens document, bedoeld in artikel 9, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, is geplaatst dan wel omtrent het wijzigen of schrappen van die aantekening; d.de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting of overdracht op grond van artikel 64.

  3. 3

    Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt geen rekening gehouden voor zover de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

  4. 4

    Indien de indiener van het beroepschrift zich beroept op feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maar deze niet aanstonds aannemelijk maakt, stelt de rechtbank hem zo nodig in de gelegenheid deze feiten of omstandigheden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alsnog aannemelijk te maken, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

  5. 5

    Onze Minister laat de wederpartij en de rechtbank zo spoedig mogelijk schriftelijk weten of de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit. De rechtbank kan daarvoor een termijn stellen.

  6. 6

    Indien Onze Minister zich beroept op gegevens als bedoeld in het eerste lid, biedt de rechtbank de vreemdeling de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren.

  7. 7

    Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing indien: a.aan een schriftelijke reactie redelijkerwijs geen behoefte bestaat; b.deze gegevens niet relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, een beschikking omtrent de intrekking van de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling op wiens document, bedoeld in artikel 9, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, is geplaatst, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting of overdracht op grond van artikel 64; c.de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU7514Parket bij de Hoge Raad, 17 februari 2006 (civiel recht)

    Bopz, voorwaardelijke machtiging, beslissing geneesheer-directeur tot opneming van betrokkene op grond van art. 14d lid 1 Wet Bopz, gevolgen niet-naleving door geneesheer-directeur van procedurele…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:24907Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    Asiel, Afghanistan. Tussenuitspraak. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de werkzaamheden van eisers vader bij de politie, eisers problemen met de Taliban en de gevangenschap en het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25404Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    Dublin, gegrond, belang van het kind, horen, arrest CK, verweerder moet BMA advies opvragen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:17331Rechtbank Den Haag, 24 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    Opvolgende asielaanvraag Bangladesh. Niet-ontvankelijk. Overgelegde nieuwe stukken in beroep. Nieuwe relevante elementen en bevindingen. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:17121Rechtbank Den Haag, 23 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    Asielaanvraag Turkije. Eiser in detentie. Voldoende voorbereidingstijd, identiteit niet geloofwaardig geacht. De minister heeft niet voldaan aan de samenwerkingsplicht, stukken niet onderzocht.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:15586Rechtbank Den Haag, 9 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    Jemen, 15c, willekeurig geweld, woon- en verblijfplaats, Hadramaut.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:15511Rechtbank Den Haag, 5 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzingen van de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. In de zaak van eiser zal de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14124Rechtbank Den Haag, 26 mei 2026 (vreemdelingenrecht)

    Asiel. Somalië. iMMO-rapport. Geloofwaardigheid van het asielrelaas. Risico op herbesnijdenis voor alleenstaande vrouwen. Beroep gedeeltelijk gegrond.

774 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.