Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 12 Vw

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    Het is aan de vreemdeling die bij binnenkomst heeft voldaan aan de verplichtingen waaraan een persoon bij grensoverschrijding is onderworpen, gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn toegestaan in Nederland te verblijven, zolang hij: a.de bij of krachtens deze wet gestelde regels in acht neemt; b.beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van zijn verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang gewaarborgd is; c.geen arbeid voor een werkgever verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen; d.geen gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

  2. 2

    De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ten hoogste op 360 dagen bepaald. Voor bij algemene maatregel van bestuur te onderscheiden categorieën van vreemdelingen kunnen verschillende termijnen worden vastgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1377Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens gekwalificeerde tewerkstelling van illegale vreemdelingen door hen tewerk te stellen en daarvan een gewoonte te maken terwijl het feit in vereniging wordt begaan…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1378Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens gekwalificeerde tewerkstelling van illegale vreemdelingen door hen tewerk te stellen en daarvan een gewoonte te maken terwijl het feit in vereniging wordt begaan…

  • ECLI:NL:PHR:2021:365Parket bij de Hoge Raad, 13 april 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Mensensmokkel naar Groot-Brittannië. Art. 197a.1 Sr. 1. Falende klacht i.v.m. doorzoeking voertuig zonder redelijk vermoeden van schuld, omdat controlebevoegdheid o.g.v. Algemene…

  • ECLI:NL:HR:2018:2192Hoge Raad, 27 november 2018 (strafrecht)

    Als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat tegen hem inreisverbod is uitgevaardigd, art. 197 Sr. Art. 11.2 terugkeerrichtlijn. Prejudiciële vraag HR. Inreisverbod nog niet ingegaan…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23119Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bevel aan Albaniër om zich onmiddellijk te begeven naar Polen waar hij een verblijfsvergunning heeft. Gevaar voor de openbare orde? Verdenking van drugshandel, (nog) geen veroordeling.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20556Rechtbank Den Haag, 22 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    De rechtbank oordeelt dat de minister terecht een terugkeerbesluit heeft opgelegd, omdat op het moment van het besluit sprake was van een concrete verdenking van een geweldsmisdrijf. De…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:19655Rechtbank Den Haag, 16 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    Terugkeerbesluit, openbare orde, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6138Rechtbank Gelderland, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Een man uit Didam heeft zich schuldig gemaakt aan het behulpzaam zijn aan een drietal vreemdelingen bij hun verblijf in Nederland, door hen te laten werken voor zijn bedrijf. De man heeft uit…

162 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.