Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 84 Vw

Geldt sinds 1 november 2014

In afwijking van artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht staat geen hoger beroep open tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank: a.over een besluit of handeling op grond van artikel 6, eerste lid, artikel 6a, eerste lid, hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5; b.over een visum voor een verblijf van 90 dagen of minder; c.na toepassing van artikel 78, of d.over de toekenning van de vergoeding, bedoeld in artikel 106.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:15895Rechtbank Den Haag, 13 september 2024 (vreemdelingenrecht)

    Beroep, visum, Iran. Bezoek voor oriëntatie in verband met een eventuele latere gezinshereniging. Sociale en economische binding niet onderbouwd, doel en omstandigheden verblijf niet duidelijk.…

  • ECLI:NL:RVS:2023:4632Raad van State, 13 december 2023 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit…

  • ECLI:NL:RVS:2021:2042Raad van State, 10 september 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 21 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:3612Rechtbank Den Haag, 18 maart 2020 (vreemdelingenrecht)

    visum kort verblijf - sociale en economische binding met Marokko niet zodanig dat tijdige terugkeer gewaarborgd is te achten - artikel 8 EVRM.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:2631Rechtbank Den Haag, 12 maart 2019 (vreemdelingenrecht)

    Afwijzing aanvraag visum voor kort verblijf. Tijdige terugkeer niet gewaarborgd

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:2095Rechtbank Den Haag, 5 maart 2019 (vreemdelingenrecht)

    Prejudiciële vragen, visum kort verblijf Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in twee zaken. Verweerder heeft een visum voor kort verblijf geweigerd omdat de betrokken…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:2097Rechtbank Den Haag, 5 maart 2019 (vreemdelingenrecht)

    Prejudiciële vragen, visum kort verblijf Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in twee zaken. Verweerder heeft een visum voor kort verblijf geweigerd omdat de betrokken…

  • ECLI:NL:RVS:2017:2621Raad van State, 27 september 2017 (vreemdelingenrecht)

    Op 5 augustus 2017 is de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde maatregel van ophouding verlengd. Bij besluit van dezelfde datum is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

78 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.