Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 26 Vw

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De verblijfsvergunning, die van rechtswege rechtmatig verblijf inhoudt, wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  2. 2

    De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 wordt verlengd met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt.

  3. 3

    Indien de vreemdeling de aanvraag tot verlenging, dan wel de gegevens waaruit blijkt dat aan de voorwaarden wordt voldaan niet tijdig heeft ingediend en hem dit niet is toe te rekenen, kan de verblijfsvergunning worden verlengd met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:1989:AB9522Hoge Raad, 6 oktober 1989 (civiel recht)

    Vreemdelingenrecht; art. 26 Vreemdelingenwet. Onrechtmatige overheidsdaad. Staat regeling van art. 42 lid 2 Vreemdelingenwet in de weg aan vordering tot schadevergoeding bij burgerlijke rechter op de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26974Rechtbank Den Haag, 15 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    Artikel 8 EVRM – intrekking – privéleven – belang van het kind – beroep gegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20016Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    verblijfsdoel studie, verblijfsgat, hoorplicht, aanvang studiejaar, erkend referent, evenredigheid, gelijkheid.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27499Rechtbank Den Haag, 18 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder ten onrechte niet kenbaar heeft besloten op het verzoek om heroverweging van eiser. Nu verweerder dit heeft nagelaten bevat het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16256Rechtbank Den Haag, 15 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    Inwilliging machtiging tot voorlopig verblijf. Ingangsdatum. Beroep gegrond. Zelf in de zaak voorzien.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:9479Rechtbank Den Haag, 20 april 2026 (vreemdelingenrecht)

    MVV-aanvraag voor verblijf bij familie- of gezinslid afgewezen. Referent kan niet langer als zodanig optreden. Middelenvereisten. Artikel 8 EVRM; hoorplicht geschonden (gepasseerd met 6:22 Awb).…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:4936Rechtbank Den Haag, 9 maart 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenrecht - ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:2150Rechtbank Den Haag, 27 januari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Deze uitspraak gaat over de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning van eiser. Het verlengingsverzoek is te laat door verweerder ontvangen. Hierdoor ontstaat een verblijfsgat van ongeveer…

292 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.