Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 6 Vw

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    De vreemdeling aan wie toegang is geweigerd, onderscheidenlijk de vreemdeling op wie artikel 5 van de Screeningsverordening van toepassing is, kan worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met grensbewaking aangewezen ruimte of plaats, met dien verstande dat indien de Screeningsverordening van toepassing is, dit overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 8, eerste en derde lid, van de Screeningsverordening plaatsvindt.

  2. 2

    Een ruimte of plaats, bedoeld in het eerste lid, kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek.

  3. 3

    De vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 te willen indienen, met inbegrip van de vreemdeling op wie artikel 5, tweede lid, van de Screeningsverordening van toepassing is, kan, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder 2, van de Opvangrichtlijn, eveneens worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, onderscheidenlijk in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 8, eerste en derde lid, van de Screeningsverordening. Artikel 59b, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het voor de beveiligde ruimte of plaats, bedoeld in het eerste lid, geldende regime, waaronder begrepen de nodige beheersmaatregelen. Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  5. 5

    Een krachtens het vierde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.

  6. 6

    Onze Minister kan de maatregel, bedoeld in het eerste en tweede lid, opleggen aan de vreemdeling aan wie toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert. De maatregel wordt uitsluitend opgelegd indien zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat, voor een zo kort mogelijke periode. Artikel 59, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over toepassing van het derde en het zesde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:1470Parket bij de Hoge Raad, 22 november 2016 (strafrecht)

    Overtreding van art. 4.1 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), t.w. - kort gezegd -: als vervoerder niet de nodige maatregelen nemen ter voorkoming dat vreemdeling X zonder de benodigde reisdocumenten…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AY0187Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2006 (strafrecht)

    OM-cassatie. Hof: het bewezenverklaarde is toegesneden op het t.t.v. de overtreding vervallen art. 6 Vreemdelingenwet (oud), zodat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en o.v.a.r.…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AO7808Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2004 (civiel recht)

    3 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/018HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie), gevestigd te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie…

  • ECLI:NL:HR:2000:AA6456Hoge Raad, 11 juli 2000 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31551Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    grensdetentie, legitiem doel, screening en grensprocedure, lichter middel

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31555Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    grensdetentie, legitiem doel, screening en grensprocedure, lichter middel

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31192Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenbewaring - artikel 6, derde lid Vw – loungemaatregel kwetsbaarheidsbeoordeling - ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31181Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring artikel 6 lid 3, psychische problemen, lichter middel, ambtshalve toets zorgvuldigheid totstandkoming besluit, gegrond, schadevergoeding en pkv

1.350 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.