Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 69 Vw

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift vier weken.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid, bedraagt de beroepstermijn: a. één week, indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28: 1° niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30; 2° niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a; 3° is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b; 4° buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel b; of 5° buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel a, en het beroep zich richt tot het daarmee samenhangende terugkeerbesluit. b. twee weken, indien: 1° de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a; 2° de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of 3° de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.

  3. 3

    In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is het instellen van beroep als bedoeld in artikel 96 tegen een besluit als bedoeld in artikel 93 niet aan enige termijn gebonden. De termijn voor het instellen van het hoger beroep, bedoeld in artikel 95, bedraagt één week.

  4. 4

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de beroepstermijn één week, indien een overdrachtsbesluit is genomen op grond van artikel 62b.

  5. 5

    In afwijking van het eerste lid, bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep: a.twee weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; of b.vier weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

  6. 6

    Het verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 68, vierde lid, van de Procedureverordening, wordt ingediend binnen een week na de bekendmaking van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag of het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a, in de gevallen, bedoeld in artikel 68, derde lid, van de Procedureverordening.

  7. 7

    Het verzoek om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het overdrachtsbesluit op te schorten, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening, wordt gelijktijdig ingediend met het beroepschrift tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a, of artikel 62b. Overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt de uitvoering van een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a of 62b niet opgeschort indien de vreemdeling geen verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW7740Parket bij de Hoge Raad, 23 november 2012 (belastingrecht)

    Art. 6 Algemene Kinderbijslagwet. Art. 8 en 14 EVRM. Art. 26 IVBPR. Koppelingswet. Kinderbijslag. Verblijfstitel. Gelijkheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BI9729Parket bij de Hoge Raad, 12 februari 2010 (belastingrecht)

    Art. 6, lid 2 en lid 4, AKW, art. 11 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999. Uitsluiting van de verzekering voor vreemdelingen zonder toereikende verblijfstitel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30264Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    doorprocederen, subsidiaire beschermingstatus, vluchtelingenstatus, procesbelang, te laat beroep ingesteld, verschoonbaarheid, beroep niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29516Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Doorprocederen, beroep te laat ingesteld. Aan eiser is eerder een asielvergunning verstrekt op de b-grond. Op dat moment golden voor een vergunning op de a- en b-grond dezelfde rechten en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29518Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Doorprocederen, beroep te laat ingesteld. Aan eiser is eerder een asielvergunning verstrekt op de b-grond. Op dat moment golden voor een vergunning op de a- en b-grond dezelfde rechten en…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5856Raad van State, 5 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Appellant heeft de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:28894Rechtbank Den Haag, 30 september 2026 (bestuursrecht)

    Prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 43, derde lid, van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV). Eiser heeft op 18 januari 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29031Rechtbank Den Haag, 30 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    Deze uitspraak gaat over het besluit waarin de minister het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen…

807 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.