Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 17a Vw

Geldt sinds 1 juni 2013

  1. 1

    Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 wordt niet afgewezen met toepassing van artikel 16, eerste lid, onderdeel j, indien het betreft: a.de vreemdeling die direct voorafgaand aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder j; b.de vreemdeling die in aanmerking komt voor verblijf onder een beperking als bedoeld in artikel 15; c.de vreemdeling die minderjarig en alleenstaand is; d.de vreemdeling die als slachtoffer of getuige-aangever als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder d, direct voorafgaand aan de aanvraag verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a, en in aanmerking komt voor verblijf onder een andere beperking.

  2. 2

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere categorieën worden aangewezen waarin de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet wordt afgewezen, op grond dat de toepassing van artikel 16, eerste lid, onder j, van een onevenredige hardheid zou kunnen getuigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:1321Rechtbank Den Haag, 11 februari 2015 (vreemdelingenrecht)

    Afwijzing van de aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf in verband met onrechtmatig verblijf. Vernietiging van het bestreden besluit wegens motiveringsgebreken. Inhoudelijke beoordeling…

  • ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7193Rechtbank 's-Gravenhage, 20 juni 2000 (vreemdelingenrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBSGR:1997:AA5754Rechtbank 's-Gravenhage, 18 maart 1997 (vreemdelingenrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.