Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 50 Vw

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    De ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, zijn bevoegd, hetzij op grond van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren hetzij ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding, personen staande te houden ter vaststelling van hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Degene die stelt Nederlander te zijn, maar dat niet kan aantonen, kan worden onderworpen aan de dwangmiddelen als bedoeld in het tweede en vijfde lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden de documenten aangewezen waarover een vreemdeling moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie.

  2. 2

    Indien de identiteit van de staande gehouden persoon niet onmiddellijk kan worden vastgesteld, of indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van artikel 7 van de Screeningsverordening, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor of een plaats bestemd voor screening. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

  3. 3

    Indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, of indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van artikel 7 van de Screeningsverordening, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor of een plaats bestemd voor screening. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

  4. 4

    Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de Commandant der Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd. Indien artikel 7 van de Screeningsverordening van toepassing is, geldt in afwijking van het tweede en derde lid, overeenkomstig artikel 8, vierde lid, van de Screeningsverordening, dat hij niet langer wordt opgehouden dan 72 uur op de plaats bestemd voor verhoor of een plaats bestemd voor screening.

  5. 5

    De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken.

  6. 6

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven omtrent de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:719Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzetheling, art. 416 Sr. Verwerping verweer onrechtmatige staandehouding. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

  • ECLI:NL:PHR:2020:654Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook…

  • ECLI:NL:PHR:2020:655Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv. Ingegaan wordt onder…

  • ECLI:NL:HR:2019:1698Hoge Raad, 26 november 2019 (strafrecht)

    Misbruik van identificerende persoonsgegevens door i.h.k.v. mobiele toezichtcontrole Duitse verblijfsvergunning die op naam van ander is gesteld te overhandigen, art. 231b Sr. Welke uitleg dient te…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31214Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring – artikel 59b, eerste lid, aanhef, onder b en e, van de Vw – grondslag ophouding – omzetting maatregel – beroep ongegrond – geen pkv

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31197Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring, ophouding, bewaringsgronden, voortvarend handelen, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30924Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring / wettelijke regeling bewaring / rechtsbijstand / voorkeursadvocaat Deze zittingsplaats behandelt de bewaringzaken ter zitting en heeft partijen medegedeeld dat de rechtmatigheid van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30375Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenbewaring; artikel 59a Vw; ophouding; kennisgeving; ongegrond.

1.271 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.