Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 66a Vw

Geldt sinds 31 december 2011

  1. 1

    Onze Minister vaardigt een inreisverbod uit tegen de vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is, op wie artikel 64 niet van toepassing is en die Nederland: a.onmiddellijk moet verlaten ingevolge artikel 62, tweede lid, of b.niet uit eigen beweging binnen de daarvoor geldende termijn heeft verlaten, in welk laatste geval het inreisverbod slechts door middel van een zelfstandige beschikking wordt uitgevaardigd dan wel een beschikking die mede strekt tot wijziging van het reeds gegeven terugkeerbesluit.

  2. 2

    Onze Minister kan een inreisverbod uitvaardigen tegen de vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.

  3. 3

    De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd wordt ter fine van weigering van de toegang en het verblijf gesignaleerd in de daartoe bij of krachtens een verdrag, een EU-verordening, -richtlijn, of -besluit of een algemene maatregel van bestuur aangewezen informatie- dan wel signaleringssystemen.

  4. 4

    Het inreisverbod wordt gegeven voor een bepaalde duur, die ten hoogste vijf jaren bedraagt, tenzij de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. De duur wordt berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.

  5. 5

    Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Staatscourant.

  6. 6

    In afwijking van artikel 8 kan de vreemdeling jegens wie een inreisverbod geldt of die is gesignaleerd ter fine van weigering van de toegang geen rechtmatig verblijf hebben, met uitzondering van het rechtmatig verblijf: a.van de vreemdeling die een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 heeft ingediend, zolang op die aanvraag nog niet is beslist; b.bedoeld in artikel 8, onder j, en c.van de vreemdeling wiens uitzetting op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of beroepschrift is beslist.

  7. 7

    In afwijking van het zesde lid en artikel 8 en met uitzondering van het rechtmatig verblijf van de vreemdeling die een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 heeft ingediend zolang op die aanvraag nog niet is beslist, kan de vreemdeling jegens wie een inreisverbod geldt geen rechtmatig verblijf hebben, in geval de vreemdeling: a.bij onherroepelijk geworden rechtelijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem ter zake de maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd; b.een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid; c.naar het oordeel van Onze Minister een ernstige bedreiging vormt als bedoeld in het vierde lid, dan wel d. ingevolge een verdrag of in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ieder verblijf dient te worden ontzegd.

  8. 8

    In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister om humanitaire of andere redenen afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:531Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens art. 197 Sr. Middel over ontbreken reactie op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1428Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard (art. 197 Sr). Oordeel hof dat verdachte t.t.v. tenlastegelegde feit nog…

  • ECLI:NL:PHR:2024:614Parket bij de Hoge Raad, 11 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit…

  • ECLI:NL:PHR:2023:168Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 197 Sr. 1: Hof heeft beroep op afwezigheid van alle schuld o.g.v. feit dat verdachte op aanraden vorige raadsman in Nederland was om zitting bij te wonen, niet onbegrijpelijk en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31487Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    asiel; Hirak-beweging; identiteit ten onrechte ongeloofwaardig geacht; problemen na 2017 ten onrechte ongeloofwaardig geacht; motiveringsgebreken worden gepasseerd met 6:22 Awb, omdat de minister…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31101Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Inreisverbod. De minister heeft voldoende doorgevraagd op het familieleven, de zakelijke belangen en de vergunningaanvraag van eiser. Geen andere bijzondere omstandigheden aangevoerd. Het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29842Rechtbank Den Haag, 9 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Zwaar inreisverbod. De rechtbank is van oordeel dat de minister kenbaar alle omstandigheden bij de beoordeling van het zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaren heeft betrokken en deugdelijk…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29845Rechtbank Den Haag, 9 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Zwaar inreisverbod. Artikel 8 EVRM. Ongegrond.

1.313 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.