Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 9.03 BPR

Geldt sinds 1 januari 2025

Ligplaats nemen (ankeren en meren) 1 Het is verboden op de in bijlage 14, onder a, vermelde vaarwegen, of gedeelten daarvan, ligplaats te nemen (ankeren en meren). 2 Op een gedeelte van een vaarweg waar ligplaats nemen is toegestaan mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit, niet: a.aan herstelwerkzaamheden worden onderworpen; b.laden, lossen; of c.ventileren naar de atmosfeer, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel u, van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart, onverminderd het verbod in artikel 4 van dat besluit. 3 In een vlucht- of overnachtingshaven en een werkhaven mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit, niet: a.langer dan drie achtereenvolgende dagen ligplaats nemen; b.binnen twaalf uren, nadat de onder a bedoelde periode is beëindigd, opnieuw ligplaats nemen. Het ligplaats nemen wordt geacht niet te zijn beëindigd, indien het schip, het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting over minder dan 500 m is verplaatst. 4 Een duwstel als bedoeld in artikel 9.06, eerste lid, mag slechts worden samengesteld of ontkoppeld op de door de bevoegde autoriteit aangewezen plaatsen. 5 Het in het eerste lid genoemde verbod is op de in bijlage 14, onder b, genoemde vaarwegen niet van toepassing op een klein schip dat op een veilige plaats buiten het voor de doorgaande scheepvaart bestemde vaarwater ligt. 6 De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Deze kan onder beperkingen worden verleend en hieraan kunnen voorschriften worden verbonden. Deze mogelijkheid om ontheffing te verlenen geldt ook voor het ligplaats nemen door het gebruik van spudpalen, dat op grond van artikel 7.03, eerste lid, onderdeel a, verboden is op de vaarwegen, bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:1366Raad van State, 11 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 29 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een aanvraag van [appellant] om omzetting of verlening van een ontheffing van het ligplaatsverbod in Zijkanaal B te…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:13704Rechtbank Noord-Holland, 20 november 2025 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over het uitoefenen van spoedeisende bestuursdwang door verweerder inzake het schip van eiseres en het kostenverhaal daarvan op eiseres. De rechtbank is van oordeel dat verweerder…

  • ECLI:NL:RVS:2023:249Raad van State, 1 februari 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 16 december 2019 heeft de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland geweigerd [appellant sub 1] en andere ontheffing te verlenen van het verbod om in de Maas…

  • ECLI:NL:RVS:2023:393Raad van State, 1 februari 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 juni 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu [appellant] gelast om binnen een week het motorschip met de naam [schip] niet meer af te meren langszij het droogdok van…

  • ECLI:NL:RVS:2021:354Raad van State, 25 februari 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 juni 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat het afmeren van het motorschip, type blusboot, ‘[naam]’…

  • ECLI:NL:RBOBR:2021:94Rechtbank Oost-Brabant, 14 januari 2021 (bestuursprocesrecht)

    Verzoek ontheffing afmeren in de Maas, Ligplaatsenbeleid, Belangenafweging. Veiligheid en vlotte doorloop van het scheepvaartverkeer. Afwijzing verzoek ontheffing voor het afmeren van een vaartuig…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1189Raad van State, 11 april 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 oktober 2015 heeft de minister besloten tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 6.000,00.

  • ECLI:NL:RVS:2017:724Raad van State, 16 maart 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 oktober 2015 heeft de minister besloten tot invordering van de door [verzoeker] verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 6.000,00.

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.