Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 3.16 BPR

Geldt sinds 20 december 2000

Tekens van varende veerponten 1 Een niet-vrijvarende veerpont moet des nachts voeren: a.een wit helder rondom schijnend licht op een hoogte van tenminste 5 m. Deze hoogte mag echter worden verminderd, indien de lengte van de pont 15 m niet overschrijdt; b.een groen helder rondom schijnend licht ongeveer 1 m boven het onder a bedoelde licht. 2 De het meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een veerpont aan een langskabel moet des nachts zijn voorzien van een wit helder rondom schijnend licht, tenminste 3 m boven het wateroppervlak. 3 Een vrijvarende veerpont moet des nachts voeren: a.een wit helder rondom schijnend licht, bedoeld in het eerste lid, onder a; b.een groen helder rondom schijnend licht, bedoeld in het eerste lid, onder b, en, c.boordlichten en een heklicht. Deze lichten moeten voldoen aan artikel 3.08, eerste lid, onder b en c.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.