Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 8.03 BPR

Geldt sinds 1 december 2004

Inrichting Een snelle motorboot mag slechts deelnemen aan de scheepvaart indien: a.de inrichting van het schip en van de motor zodanig is, dat gevaar voor brand of ontploffing en hinder voor de omgeving door rook, damp of walm wordt voorkomen; b.de afgewerkte gassen door een behoorlijk geluiddempende voorziening worden afgevoerd; c.de stuurinrichting deugdelijk en doelmatig is; d.het schip is voorzien van een technische inrichting waardoor bij het onderbreken van de besturing de middelen tot voortbeweging onmiddellijk tot stilstand of nagenoeg tot stilstand komen; deze eis geldt niet voor een gesloten binnenbesturing; e.een reddingsvest onder handbereik voor ieder der opvarenden aan boord is; f.een deugdelijk brandblusapparaat aan boord is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2014:1978Rechtbank Noord-Nederland, 18 april 2014 (strafrecht)

    Verdachte wordt vrijgesproken van het door zijn schuld veroorzaken van een bootongeval met dodelijke afloop. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat dit ongeval aan de schuld…

  • ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3332Rechtbank Utrecht, 7 februari 2011 (strafrecht)

    Schuld aan veroorzaken bootongeluk. De rechtbank oordeelt dat de verdachte zodra hij op de hekgolf terecht kwam, hij “als goed zeeman” een uitwijkmanoeuvre had moeten inzetten of drastisch snelheid…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.