Huidige tekst
Artikel 10.02 BPR
Bovenmaatse zeegaande schepen 1 Een bovenmaats zeegaand schip moet op de daartoe aangewezen vaarwegen de daartoe vastgestelde voorschriften in acht nemen. 2 De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen betreffen: a.de toegelaten afmetingen van een schip; b.de bouw, de uitrusting, het motorvermogen en de manoeuvreerbaarheid van een schip; c.de grootste snelheid waarmede mag worden gevaren; d.de meteorologische omstandigheden waaronder mag worden gevaren; e.de te volgen route.