Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 6.21a BPR

Geldt sinds 20 december 2000

Bepalingen voor het varen van duwstellen en van gekoppelde samenstellen, zomede van alleenvarende motorschepen met een lengte van meer dan 110 m 1 Indien de bevoegde autoriteit dit voorschrijft, moeten een duwstel en een gekoppeld samenstel voor de bestuurbaarheid worden geassisteerd. Overigens mag een duwstel slechts worden geassisteerd indien de scheepvaart daarvan geen hinder ondervindt. 2 Een duwstel en een gekoppeld samenstel mogen geen sleepdienst verrichten. 3 Een duwstel mag geen andere schepen dan duwbakken bevatten, tenzij deze langszijde zijn vastgemaakt van het samenstel, gevormd door de duwboot en één of twee duwbakken daarvóór. 4 Een duwstel mag niet varen, indien aan de kop uitsluitend een zeeschipbak is geplaatst die niet is voorzien van een kopbak. De bevoegde autoriteit kan van dit verbod ontheffing verlenen. 5 Indien de lengte van een alleenvarend motorschip, van een duwstel of van een gekoppeld samenstel meer dan 110 m bedraagt, moet dit motorschip zijn voorzien van een spreekverbinding tussen de stuurhut en de kop van het schip, dit duwstel van een spreekverbinding tussen de duwboot en de kop van het duwstel en dit gekoppeld samenstel van een spreekverbinding tussen de stuurhut van het motorschip of één der motorschepen die dienen voor het voortbewegen en de kop van het samenstel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.