Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 6.16 BPR

Geldt sinds 1 december 2004

Uitvaren en invaren van havens en nevenvaarwateren en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater 1 Een schip mag slechts een haven of een nevenvaarwater uitvaren en daarbij een hoofdvaarwater invaren of oversteken dan wel een haven of een nevenvaarwater invaren, nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden. 2 Een groot schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een ander schip. 3 Een klein schip moet bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater voorrang verlenen aan een groot schip. 4 Een klein schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een klein schip. 5 In afwijking van het tweede, derde en vierde lid moet een schip dat een lateraal gemarkeerd hoofdvaarwater binnenvaart, anders dan vanuit een daarop uitmondend lateraal gemarkeerd nevenvaarwater, voorrang verlenen aan een schip dat in dat hoofdvaarwater langs de laterale markering de stuurboordszijde volgt. 6 Een groot schip dat tegen stroom varend een haven of nevenvaarwater wil invaren moet voorrang verlenen aan een groot schip dat voor stroom varend zonder op te draaien diezelfde haven of datzelfde nevenvaarwater in wil varen. 7 Een klein schip dat tegen stroom varend een haven of nevenvaarwater wil invaren moet voorrang verlenen aan een schip dat voor stroom varend zonder op te draaien diezelfde haven of datzelfde nevenvaarwater in wil varen. 8 In afwijking van het eerste tot en met zevende lid moet, ingeval langs een haven of een nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater een teken B.9 ( bijlage 7) wordt getoond, een schip dat uit deze haven of dit nevenvaarwater komt voorrang verlenen aan een schip op het hoofdvaarwater. 9 a. Een schip op een hoofdvaarwater mag een haven of een nevenvaarwater niet invaren, indien langs dit hoofdvaarwater voor de uitmonding van die haven of dat nevenvaarwater een of twee rode lichten overeenkomstig het teken A.1 ( bijlage 7) in combinatie met een bijkomend teken F.2 onder b ( bijlage 7) worden getoond. b. Een schip mag een haven of een nevenvaarwater niet uitvaren, indien langs deze haven of dit nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater de onder a genoemde tekens worden getoond. 10 a. Een schip op een hoofdvaarwater mag een haven of een nevenvaarwater invaren, indien langs dit hoofdvaarwater voor de uitmonding van die haven of dat nevenvaarwater een of twee groene lichten overeenkomstig het teken E.1 ( bijlage 7) in combinatie met een bijkomend teken F.2 onder b ( bijlage 7) worden getoond. b. Een schip mag een haven of een nevenvaarwater uitvaren, indien langs deze haven of dit nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater de onder a genoemde tekens worden getoond. 11 Dit artikel is niet van toepassing op en ten aanzien van een veerpont.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:368Parket bij de Hoge Raad, 22 maart 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Aanvaring zeeschip en binnenvaartschip. Schuld van het schip. Goed zeemanschap. Mede-aansprakelijkheid. Art. 8:544 en 8:545 BW.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:15666Rechtbank Rotterdam, 24 december 2025 (civiel recht)

    Tussenvonnis. Martitiem. Aanvaring tussen twee binnenvaartschepen bij de monding van de Zuidervoorhaven van de sluit bij Hansweert. Scheepseigenaren geven elkaar over en weer de schuld van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:11285Rechtbank Rotterdam, 18 september 2024 (civiel recht)

    Schadevaring tussen containerschip en niet-opgetopte giek van havenkraan. Loods. Gebruik VDR-gegevens. Kraan was niet behoorlijk verlicht en te bekwamer plaatse vastgemaakt (artikel 8:546 BW). Schuld…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:5175Rechtbank Rotterdam, 12 juni 2024 (civiel recht)

    Aanvaring op het Calandkanaal van zeeschip met binnenvaartmotortanker. Schuld van 100% van binnenvaartmotortanker, die bij het verlaten van de 7e Petroleumhaven (onder meer) haar vergewisplichten uit…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1835Gerechtshof Den Haag, 30 augustus 2022 (verbintenissenrecht)

    Aanvaring tussen twee schepen op Hollandsch Diep. Schuldverdeling. Vergoedbaarheid van tijdverletschade en buitengerechtelijke kosten.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:725Rechtbank Rotterdam, 2 februari 2022 (civiel recht)

    Schadevaring. De “Lady Ariëtte” passeert in de haven het aangemeerde schip de “Oostzee”. Nadat de “Lady Ariëtte” is gepasseerd beweegt de “Oostzee” heen en weer waardoor de laadarm van de terminal is…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:11901Rechtbank Rotterdam, 1 december 2021 (verbintenissenrecht)

    Aanvaring tussen zeeschip dat Centrale Geul Botlek (te ruim) binnenvoer met binnenschip dat te laat naar haar stuurboordzijde van het vaarwater ging. Schuldverdeling 75:25 ten nadele van binnenschip.

  • ECLI:NL:RBROT:2019:6994Rechtbank Rotterdam, 28 augustus 2019 (civiel recht)

    Aanvaring. Onvoldoende communicatie bij invaren en oversteken hoofdvaarwater. De maatstaf “nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden” neergelegd in artikel 6.16 lid 1…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.