Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 1.08 BPR

Geldt sinds 1 januari 2025

Gebruik van reddingsvesten 1 De bemanningsleden en de andere personen aan boord van een schip bestemd voor bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet, moeten reddingsvesten dragen overeenkomstig artikel 13.08, tweede en derde lid, ES-TRIN a. bij het van of aan boord gaan, voor zover er gevaar voor in het water vallen bestaat, b. bij het verblijven in de bijboot, c. bij werkzaamheden buiten boord, dan wel d. bij verblijf en werkzaamheden aan dek en in het gangboord, indien verschansingen van ten minste 90 cm hoogte niet aanwezig zijn of relingen niet doorlopend zijn geplaatst. 2 Werkzaamheden buiten boord mogen uitsluitend bij stilliggende schepen worden uitgevoerd en uitsluitend indien van de overige scheepvaart geen gevaar te verwachten valt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2017:7335Rechtbank Rotterdam, 14 april 2017 (arbeidsrecht)

    Deelgeschil, arbeidsongeval, betwiste toedracht, geen vastgelopen onderhandelingen, zaak leent zich niet voor behandeling als deelgeschil

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.