Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 7.04 BPR

Geldt sinds 20 december 2000

Meren 1 Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting mogen niet meren: a.op een gedeelte van de vaarweg, waar bij algemene regeling dan wel krachtens een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken meren is verboden; b.in een vak van of op een plaats in de vaarweg, aangeduid door het teken A.7 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg, waar het teken is aangebracht. 2 Op een gedeelte van de vaarweg, waar meren is verboden, mag een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting evenwel meren in een vak of op een plaats, aangeduid door het teken E.7 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg, waar het teken is aangebracht. 3 Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting mogen bij meren of verhalen niet gebruik maken van andere voorwerpen dan die welke daartoe zijn bestemd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2013:BZ9037Raad van State, 1 mei 2013 (bestuursrecht)

    Op 21 februari 2011 heeft het college [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang wegens overtreding van artikel 7.04 van het Binnenvaartpolitiereglement gelast zijn pleziervaartuig voor 8 uur op…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.