Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 12.04 BPR

Geldt sinds 1 december 2004

Toepasselijkheid van de voorschriften inzake het gebruik van radar Een zeegaand schip mag, indien de radarinstallatie goed functioneert, gebruik maken van radar: a.zonder te zijn uitgerust met een radarinstallatie en een bochtaanwijzer, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder a; en b.zonder dat zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder b.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.