Binnenvaartpolitiereglement

BPR

Huidige tekst

Artikel 9.02 BPR

Geldt sinds 1 januari 2016

Afmetingen 1 Een schip of samenstel houdt zich op de bij ministeriële regeling vastgestelde vaarwegen en kunstwerken aan de in die regeling aangegeven grootste lengte, breedte en diepgang. 2 Een schip of samenstel voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen, wanneer deze wordt aangemerkt als bijzonder transport in de zin van artikel 1.21, eerste lid, en daaraan een vergunning is verstrekt op grond van artikel 1.21, tweede lid, waarin de lengte, breedte en diepgang van de vaarwegen en kunstwerken op de door het schip of samenstel af te leggen route in aanmerking zijn genomen. 3 De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Deze kan onder beperkingen worden verleend en hieraan kunnen voorschriften worden verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2021:4051Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 april 2021 (belastingrecht)

    Havengeld. Verbindendheid verordening.

  • ECLI:NL:RVS:2011:BR6936Raad van State, 7 september 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 juni 2008 heeft de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Utrecht aan de Vereniging van Eigenaren Merwedekade ontheffing verleend voor het nemen van ligplaats met diverse…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.