Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

BVIE

Huidige tekst

Artikel 2.22 BVIE

Geldt sinds 1 februari 2007

Nevenvorderingen 1 Onverminderd de aan de merkhouder wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, kan de rechter op vordering van de merkhouder de terugroeping uit het handelsverkeer, de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer of de vernietiging gelasten van de goederen die een inbreuk maken op een merkrecht, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de productie van die goederen zijn gebruikt. Deze maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten. Bij de beoordeling van een vordering als bedoeld in dit lid, wordt rekening gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen, alsmede met de belangen van derden. 2 De bepalingen van het nationale recht omtrent middelen van bewaring van zijn recht en omtrent rechterlijke tenuitvoerlegging van vonnissen en authentieke akten zijn van toepassing. 3 Voor zover het nationale recht hier niet in voorziet, kan de rechter op grond van deze bepaling tegen de vermeende inbreukmaker of tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om op een merkrecht inbreuk te maken, op vordering van de merkhouder een voorlopig bevel uitvaardigen: a.strekkende tot het voorkomen van een dreigende inbreuk op een merkrecht, of b.waardoor tijdelijk de voortzetting van de vermeende inbreuk op een merkrecht wordt verboden, indien wenselijk op straffe van een dwangsom, of c.waarbij aan de voortzetting van de vermeende inbreuk op een merkrecht de voorwaarde wordt verbonden dat zekerheid wordt gesteld voor schadeloosstelling van de merkhouder. 4 De rechter kan op vordering van de merkhouder in een gerechtelijke procedure wegens inbreuk degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de goederen en diensten, waarmee die inbreuk is gepleegd, aan de merkhouder mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken, voor zover die maatregel gerechtvaardigd en redelijk voorkomt. 5 Het in lid 4 bedoelde bevel kan eveneens worden opgelegd aan de persoon die de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit heeft, de inbreukmakende diensten op commerciële schaal heeft gebruikt, of op commerciële schaal diensten die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, heeft verleend. 6 De rechter kan op vordering van de merkhouder een bevel uitvaardigen tot staking van diensten van tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op zijn merkrecht te maken. 7 De rechter kan, op vordering van de eiser, gelasten dat op kosten van de inbreukmaker, passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:181Parket bij de Hoge Raad, 25 februari 2022 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectueel eigendomsrecht; merkenrecht; procesrecht. Uitputting?; bewijslast; bewijsregel HvJEG 8 april 2003, ECLI:EU:C:2003:204 (Van Doren/Lifestyle). Belang nevenvorderingen inzage en opgave…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BK4739Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2010 (europees bestuursrecht)

    Merkenrecht. Vraag of het met frisdrank afvullen van verpakkingen (blikjes) die zijn voorzien van een teken, moet worden aangemerkt als gebruik van dat teken in de zin van art. 5 lid 1(a) en/of (b)…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:24110Rechtbank Den Haag, 21 augustus 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Kort geding; verstekvonnis; Uniemerk. Merkinbreuk en onrechtmatig vergelijkende reclame. Aanbieden van parfums met gebruikmaking merknamen. Betekeningsverordening, Haags Betekeningsverdrag, beperkte…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:9585Rechtbank Den Haag, 21 april 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Kort geding; intellectueel eigendomsrecht; Uniemerken, inbreukverbod en nevenvorderingen. Gedaagde heeft erkend dat zij zonder toestemming van eiseres producten voorzien van de merken van eiseres in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:7375Rechtbank Den Haag, 1 april 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Inbreuk verpakkingsmerk. Geen (voor)voorgebruik. Onbetaalde facturen geleverde producten. Weens Koopverdrag en Duits recht van toepassing. Geen mogelijkheid tot verrekening.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:128Gerechtshof Den Haag, 10 februari 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Merkenzaak. Geen voldoende spoedeisend belang bij handhaving van een inbreukverbod voor de toekomst omdat de bodemrechter ondertussen aan gedaagde een gelijkluidend inbreukverbod heeft…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:293Rechtbank Amsterdam, 21 januari 2026 (civiel recht)

    Twee personen maakten inbreuk op de merkrechten van Bylima.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:23115Rechtbank Den Haag, 3 december 2025 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectuele eigendom, merkenrecht. Geen nietigheid van het merk, geen strijd met de goede procesorde, inschrijving van het merk is niet te kwader trouw gedaan, geen sprake van nietigheid vanwege…

86 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.