Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

BVIE

Huidige tekst

Artikel 2.16 BVIE

Geldt sinds 1 maart 2019

Verloop van de procedure 1 Het Bureau behandelt de oppositie binnen een redelijke termijn overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in het uitvoeringsreglement en met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. 2 De oppositieprocedure wordt opgeschort: a.indien de oppositie berust op artikel 2.14, lid 2, sub a, wanneer het oudere merk: i. nog niet is ingeschreven; ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig artikel 2.8, lid 2, en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie; iii. het voorwerp is van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring; b.indien de oppositie berust op artikel 2.14, lid 2, sub c, wanneer ze is gebaseerd op een aanvraag voor een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding, totdat daarover een definitieve beslissing is genomen; c.wanneer het betwiste merk: i. het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden; ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig artikel 2.8, lid 2, en het voorwerp is van een gerechtelijke vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring; d.op gezamenlijk verzoek van partijen; e.indien de opschorting om andere redenen passend is. 3 De oppositieprocedure wordt afgesloten: a.wanneer de opposant niet langer de hoedanigheid heeft om op te kunnen treden; b.wanneer verweerder niet reageert op de ingestelde oppositie. In dit geval vervalt de aanvraag; c.wanneer aan de oppositie de grondslag is ontvallen hetzij omdat zij is ingetrokken, hetzij omdat de aanvraag waartegen oppositie is ingesteld is vervallen; d.wanneer het oudere merk of het oudere recht niet meer geldig is; e.indien de oppositie berust op artikel 2.14, lid 2, sub a, en de opposant binnen de gestelde termijn geen bewijsstukken van gebruik van zijn oudere merk als bedoeld in artikel 2.16bis heeft overgelegd. In deze gevallen wordt een deel van de betaalde taksen gerestitueerd. 4 Nadat het onderzoek van de oppositie is beëindigd, neemt het Bureau zo spoedig mogelijk een beslissing. Indien de oppositie gegrond bevonden wordt, weigert het Bureau het merk geheel of gedeeltelijk in te schrijven of besluit het de in artikel 2.20ter, lid 1, sub b, bedoelde overdracht in het register aan te tekenen. In het tegengestelde geval wordt de oppositie afgewezen. Van de beslissing geeft het Bureau onverwijld schriftelijk kennis aan de partijen, onder vermelding van het in artikel 1.15bis genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing. De beslissing van het Bureau wordt eerst definitief nadat ze niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel. Het Bureau is geen partij bij een beroep tegen zijn beslissing. 5 De in het ongelijk gestelde partij wordt in de kosten verwezen. Deze worden vastgesteld conform het bepaalde in het uitvoeringsreglement. De kosten zijn niet verschuldigd indien de oppositie gedeeltelijk toegewezen wordt. De beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel; de gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen die van kracht zijn in de staat van executie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2018:1223Gerechtshof Den Haag, 29 mei 2018 (civiel recht)

    Intellectuele eigendom; merkenrecht. Oppositie KPN/PN.

  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2345Gerechtshof Den Haag, 25 juli 2017 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectuele eigendom, merkenrecht; oppositie tegen Benelux-depot ‘RELEASE THE BEAST’. Soortgelijkheid van waren.

  • ECLI:NL:GHDHA:2014:2596Gerechtshof Den Haag, 5 augustus 2014 (civiel recht)

    Intellectuele eigendom ; merkenrecht; oppositie; verweer dat verzoekster niet-ontvankelijk is omdat verzoek te laat is ingediend en geen verweren zijn aangevoerd in de oppositiefase, verworpenen.…

  • ECLI:NL:GHSGR:2012:BX9637Gerechtshof 's-Gravenhage, 3 juli 2012 (civiel recht)

    oppositie woord/beeldmerken Thuiswinkel.org en Thuiswinkel Waarborg tegen woord/beelmerk Thuiswinkel Keurmerk artt. 2.14 lid 1 jo. 2.3 sub b BVIE geen verwarringsgevaar wegens te zeer afwijkende…

  • ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3748Gerechtshof 's-Gravenhage, 17 januari 2012 (civiel recht)

    Intellectuele eigendom; oppositie o.g.v. YELLOW PAGES, GELBE SEITEN, GELE BLADZIJDEN en PAGES JAUNES tegen inschrijving GELBE SEITEN. Geen normaal gebruik van GELBE SEITEN, GELE BLADZIJDEN en PAGES…

  • ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6104Gerechtshof 's-Gravenhage, 1 februari 2011 (europees bestuursrecht)

    Intellectuele eigendom; merkenrecht. Hof stelt prejudiciële vragen aan HvJ EU over art. 15 Verordening (EG) nr. 207/2009 inzake het Gemeenschapsmerk. Moet deze bepaling aldus worden uitgelegd dat als…

  • ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8559Gerechtshof 's-Gravenhage, 30 november 2010 (civiel recht)

    merkenrecht; oppositie, beroep door belanghebbende die geen partij was in oppositie niet-ontvankelijk; beroep tegen Bureau niet ontvankelijk; verwarringsgevaar aangenomen; overgelegde marktonderzoek…

  • ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9781Gerechtshof 's-Gravenhage, 30 maart 2010 (civiel recht)

    Merkenrecht; oppositieprocedure; visuele en auditieve overeenstemming?; soortgelijkheid van waren?; Welke omstandigheden zijn mee te wegen bij globale beoordeling van het verwarringsgevaar (rovv. 19…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.