Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

BVIE

Huidige tekst

Artikel 1.14 BVIE

Geldt sinds 1 april 2026

Regel 1.14 Verloop procedure 1 De oppositie wordt volgens de volgende procedure behandeld: a.het Bureau beslist overeenkomstig regel 1.15 of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in artikel 2.18 BVIE bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis; b.de procedure vangt twee maanden na de kennisgeving van ontvankelijkheid aan op voorwaarde dat de voor de oppositie verschuldigde taksen volledig zijn betaald. Het Bureau stuurt partijen een mededeling van aanvang van de procedure; c.de opposant beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling van aanvang van de procedure om de oppositie met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen. Bij gebreke daarvan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten. Argumenten die ingediend werden voor de aanvang van de procedure worden geacht bij de aanvang van de procedure te zijn ingediend; d.het Bureau stuurt de argumenten van opposant naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en eventueel bewijzen van gebruik van het oudere merk als bedoeld in artikel 2.16bis BVIE te vragen; e.in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat; f.indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van opposant; g.indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen; h.er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig regel 1.23; i.het Bureau neemt een beslissing. Indien een oppositie die op verscheidene gronden berust op basis van één van deze gronden wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen gronden, indien deze hetzelfde rechtsgevolg hebben, geen beslissing. Indien een op artikel 2.14, lid 1, sub a, BVIE gebaseerde oppositie die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken evenmin een beslissing. 2 Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van regel 3.6 te worden voldaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:1179Rechtbank Den Haag, 29 januari 2025 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectuele eigendom. Merkenrecht, handelsnaamrecht, auteursrecht. Voormalige franchisenemer biedt diensten en reserve-onderdelen aan met gebruik van merken voormalige franchisegever. Rechtbank…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:4046Rechtbank Den Haag, 25 maart 2024 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Concurrerende aanbieders van afval- en opslagcontainers. Merkrecht, Uniemerk en Beneluxmerk: vraag of woordmerk 'bakkie' (met varianten) voldoende onderscheidend vermogen heeft en/of beschrijvend is.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:6538Rechtbank Den Haag, 3 mei 2023 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Beneluxmerk beeldmerk. Inbreuk sub b door verschillende overeenstemmende tekens te gebruiken voor verkoop auto's en aanbieden garagediensten

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:5189Rechtbank Den Haag, 22 mei 2019 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Vernietiging Benelux merkinschrijving. Gebrek onderscheidend vermogen. Positiemerk label op spijkerbroek. Onvoldoende bewijs inburgering. Bewijslast inburgering. Geen auteursrechtinbreuk.

  • ECLI:NL:RBGEL:2019:1444Rechtbank Gelderland, 27 maart 2019 (civiel recht)

    De rechtbank oordeelt dat 2 soorten borrelnootjes te veel op elkaar lijken. Beide nootjes hebben hetzelfde gevlekte uiterlijk en eiser heeft dat uiterlijk als merk gedeponeerd. Volgens de rechtbank…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:3074Rechtbank Den Haag, 14 maart 2018 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Merkenrecht, Beneluxmerk, nietigverklaring ogv art. 2.28 lid 1 sub b BVIE, onderscheidend vermogen, teken dat geschikt is om te dienen als oppervlaktepatroon op de waren waarvoor het als merk is…

  • ECLI:NL:RBGEL:2017:6935Rechtbank Gelderland, 12 juli 2017 (civiel recht)

    Gedaagde heeft een rekenkundig model en software ontwikkeld dat bruikbaar is bij het ontwerpen van zogenaamde ‘bulk solids coolers en heaters’. Gedaagde is gaan samenwerken met eiseres en heeft na…

  • ECLI:NL:RBMNE:2015:7424Rechtbank Midden-Nederland, 21 oktober 2015 (intellectueel-eigendomsrecht)

    De rechtbank verklaart de Beneluxmerkingschrijvingen MYFACTORY (beeld- en woordmerk) van gedaagde (MF Beheer) voor vervallen wegens het niet normaal gebruiken daarvan in de periode van 5 jaar…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.