Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

BVIE

Huidige tekst

Artikel 2.21 BVIE

Geldt sinds 1 maart 2019

Schadevergoeding en andere vorderingen 1 Onder dezelfde voorwaarden als in artikel 2.20, lid 2, kan de merkhouder op grond van zijn uitsluitend recht schadevergoeding eisen voor elke schade, die hij door het in die bepaling bedoelde gebruik lijdt. 2 De rechter die de schadevergoeding vaststelt: a.houdt rekening met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in passende gevallen, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de merkhouder door de inbreuk heeft geleden; of b.kan, als alternatief voor het bepaalde onder a, in passende gevallen de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag, op basis van elementen als ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het merk te gebruiken. 3 De rechter kan bij wijze van schadevergoeding op vordering van de merkhouder bevelen tot de afgifte aan de merkhouder, van de goederen die een inbreuk maken op een merkrecht, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de productie van die goederen zijn gebruikt. De rechter kan gelasten dat de afgifte niet plaatsvindt dan tegen een door hem vast te stellen, door de eiser te betalen vergoeding. 4 Naast of in plaats van een vordering tot schadevergoeding, kan de merkhouder een vordering instellen tot het afdragen van ten gevolge van het in artikel 2.20, lid 2, bedoelde gebruik genoten winst alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Indien de rechter van oordeel is dat dit gebruik niet te kwader trouw is of dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven, wijst hij de vordering af. 5 De merkhouder kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen van winst namens de licentiehouder instellen, onverminderd de aan deze laatste in artikel 2.32, lid 5 en 6, toegekende bevoegdheid. 6 De merkhouder kan een redelijke vergoeding vorderen van hem, die in het tijdvak gelegen tussen de datum van publicatie van de aanvraag en de datum van inschrijving van het merk, handelingen heeft verricht als vermeld in artikel 2.20, lid 2, voor zover de merkhouder daarvoor uitsluitende rechten heeft verkregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:669Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2021 (internationaal privaatrecht)

    Octrooirecht. Mededingingsrecht. IPR. Vorderingen houder standaard-essentieel octrooi voor mobiele communicatie. FRAND-verweer. Misbruik van machtspositie. Huawei/ZTE-arrest. Stelplicht en…

  • ECLI:NL:PHR:2021:670Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2021 (mededingingsrecht)

    Octrooirecht. Mededingingsrecht. IPR. Vorderingen houder standaard-essentieel octrooi voor mobiele communicatie. FRAND-verweer. Misbruik van machtspositie. Huawei/ZTE-arrest. Stelplicht en…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1065Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2019 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectuele eigendom. Merkenrecht. Procesrecht. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:2071. Geschil tussen Russische staatsonderneming en private partij over wie rechthebbende is op Benelux-merken voor wodka.…

  • ECLI:NL:PHR:2016:244Parket bij de Hoge Raad, 8 april 2016 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Schadevergoeding wegens gebruik in strijd met woonbestemming. Art. 6:104 BW (winstafdracht).

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21478Rechtbank Den Haag, 28 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Verzoek tot bevelen voorlopig getuigenverhoor en inzage in gegevens, in verband met vermeende inbreuk op merkenrechten verzoekers.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1975Gerechtshof Den Haag, 23 juni 2026 (civiel recht)

    Merkenrecht. Beroep op uitputting. Beoordeling van de facturenstroom en van afwijkende productkenmerken. Bekrachtiging van een inbreukverbod met een aantal nevenveroordelingen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:7375Rechtbank Den Haag, 1 april 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Inbreuk verpakkingsmerk. Geen (voor)voorgebruik. Onbetaalde facturen geleverde producten. Weens Koopverdrag en Duits recht van toepassing. Geen mogelijkheid tot verrekening.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:4703Rechtbank Den Haag, 11 februari 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Geldigheid en schending van overeengekomen onthoudingsverklaring. Verschuldigdheid boetes. Beroep op matiging van de boetes onvoldoende onderbouwd en afgewezen. Sprake van merkinbreuk; inbreukverbod…

92 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.