Ziektewet

ZW

Huidige tekst

Artikel 64 ZW

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verplicht overeenkomstig het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde tot de vrijwillige verzekering toe te laten, mits hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en hier te lande woont: a.degene, wiens verplichte verzekering is geëindigd en te wiens aanzien op grond van gebleken omstandigheden redelijkerwijze valt aan te nemen, dat onderbreking van die verplichte verzekering van korte duur zal zijn, dan wel dat het zijn bedoeling is bij geboden gelegenheid opnieuw een dienstbetrekking aan te gaan; b.degene, die, terwijl hij hier te lande woonde, in het buitenland verplicht verzekerd was tegen geldelijke gevolgen van ziekte, mits: 1°. hij niet meer in het buitenland verzekerd is, omdat hij niet langer werkzaamheden verricht in het buitenland; 2°. op grond van gebleken omstandigheden redelijkerwijze valt aan te nemen, dat het zijn bedoeling is bij geboden gelegenheid opnieuw een dienstbetrekking aan te gaan; c.degene, wiens verplichte verzekering is geëindigd en die als zelfstandige als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, werkzaamheden verricht of gaat verrichten, of als echtgenoot van die zelfstandige meewerkt of gaat meewerken in diens onderneming, indien gedurende één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het einde van zijn verplichte verzekering, onafgebroken, al dan niet in Nederland, bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van ziekte op hem van toepassing is geweest; d.degene wiens dienstbetrekking ertoe strekt, dat slechts een gedeelte van een normale werkweek arbeid wordt verricht - niet uitsluitend als gevolg van een voor betrokkene geldende werktijdregeling, krachtens welke een normale werkweek van gemiddeld minder dan zes dagen van toepassing is - en die uit hoofde van die dienstbetrekking verplicht verzekerd is, indien gedurende de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de dag van aanvang van zijn vrijwillige verzekering, onafgebroken, al dan niet hier te lande, ingevolge het bepaalde bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van ziekte op hem van toepassing is geweest; e.degene, wiens arbeidsverhouding op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel c, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd; f.degene wiens recht op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is beëindigd; g.degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is toegekend, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%; h.degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%; i.degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, is ingetrokken; j.degene, die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd en tevens als zelfstandige een bedrijf of beroep uitoefent of gaat uitoefenen of als echtgenoot van die zelfstandige in dat bedrijf of beroep meewerkt of gaat meewerken, indien gedurende de drie jaren, onmiddellijk voorafgaand aan de dag van aanvang van zijn vrijwillige verzekering, onafgebroken, al dan niet in Nederland, bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van ziekte op hem van toepassing is geweest.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van de persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid, niet als werknemer wordt beschouwd, en a.wiens verplichte verzekering is geëindigd en die buiten Nederland woont, aldaar direct aansluitend op de beëindiging van de verplichte verzekering een dienstbetrekking vervult voor de duur van maximaal vijf jaar en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is; b.die Nederlander is en die is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; c.die Nederlander is en die is uitgezonden om, in of buiten Nederland, werkzaamheden te verrichten voor een volkenrechtelijke organisatie, waarvan Nederland lid is dan wel waarvan de werkzaamheden door Nederland worden ondersteund; d.die in Nederland woont, en buiten Nederland een dienstbetrekking vervult; of e.die Nederlander is en buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.

  3. 3

    Aan het vervullen van een dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, dient een aaneengesloten periode van verplichte verzekering van tenminste één jaar te zijn voorafgegaan.

  4. 4

    Met de Nederlander, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, c en e, wordt gelijkgesteld de persoon, die onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Gemeenschap of onderdaan is van een Staat, waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, mits hij voor hij werd uitgezonden in Nederland woonde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:1597Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2025 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1366Rechtbank Midden-Nederland, 24 februari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag voor vrijwillige verzekering is afgewezen omdat eiser niet aan de voorwaarden voldoet. Artikel 64 ZW kent limitatieve opsomming. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:4882Rechtbank Midden-Nederland, 16 juli 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging vrijwillige verzekering Ziektewet. Geen terugwerkende kracht tot datum oprichting BV en wording directeur/grootaandeelhouder. Geen bijzondere omstandigheid die noodzaakt tot afwijking van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:6507Rechtbank Den Haag, 24 april 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Geen recht op ZW-uitkering.

  • ECLI:NL:CRVB:2020:1395Centrale Raad van Beroep, 6 juli 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Het Uwv heeft op goede gronden de vrijwillige verzekering van appellant beëindigd. Uit artikel 67a van de ZW volgt dat een vrijwillige verzekering pas door het Uwv wordt beëindigd als is vastgesteld…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:220Centrale Raad van Beroep, 17 januari 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging vrijwillige verzekering. De gedragslijn van het Uwv om vrijwillige verzekeringen gelet op het gelopen risico alleen per toekomende datum te beëindigen, wordt volgens vaste rechtspraak…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:2547Centrale Raad van Beroep, 6 juli 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Vrijwillige verzekering. Uwv heeft vrijwillige verzekering alsnog met terugwerkende kracht beëindigd. In verband met bezwaren appellant tegen hoogte dagloon en niet betaling premie is dit niet in…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3655Centrale Raad van Beroep, 9 juli 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Beeindiging vrijwillige verzekering ingevolge de ZW. Het Uwv heeft geweigerd de vrijwillige verzekering met terugwerkende kracht te beëindigen en tot premierestitutie over te gaan, omdat het Uwv tot…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.