Ziektewet

ZW

Huidige tekst

Artikel 47a ZW

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt geen voorschot indien onzekerheid bestaat over het recht op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het recht op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid.

  2. 2

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van ziekengeld op of schorst de betaling, indien het van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat: a.het recht op ziekengeld niet of niet meer bestaat; b.recht op een lagere ziekengelduitkering bestaat; c.de verzekerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 30, 31, 45 of 49 niet of niet behoorlijk is nagekomen.

  3. 3

    Indien een reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie ziekengeld is toegekend, onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van het ziekengeld aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken.

  4. 4

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:516Centrale Raad van Beroep, 29 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging ZW-uitkering per 11 maart 2021. Verzekeringsarts heeft inzichtelijk gemotiveerd dat op basis van beschikbare medische informatie appellant volledig arbeidsongeschikt was. Ondanks…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1039Centrale Raad van Beroep, 2 juli 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering ZW-uitkering toe te kennen. De Raad stelt vast dat het Uwv met het nadere besluit van 19 november 2024 op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een verzekeringskundige…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:7614Rechtbank Rotterdam, 19 augustus 2024 (bestuursrecht)

    ZW-uitkering. Eigenrisicodrager. Maatregel en schorsing. Beroep gegrond met in stand laten rechtsgevolgen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:7929Rechtbank Den Haag, 29 mei 2024 (socialezekerheidsrecht)

    ZW en WW; herziening naar aanleiding van gefingeerd dienstverband waardoor eiser niet verzekerd was voor werknemersverzekeringswetten; gegrond vermoeden; herhaling bezwaargronden in beroep is geen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:5151Rechtbank Den Haag, 29 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van het gegronde vermoeden dat het recht op ziekengeld niet bestaat. In het kader van de bevoegdheid om een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:4451Rechtbank Amsterdam, 5 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Eiser heeft, door zijn nevenfunctie niet neer te leggen, welbewust het risico genomen dat de gemeente hem zou ontslaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid kunnen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:4553Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 september 2021 (bestuursrecht)

    ZW

  • ECLI:NL:CRVB:2021:1616Centrale Raad van Beroep, 2 juli 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Uitbetaling ZW-uitkering ten onrechte geschorst. De gedingstukken zijn ontoereikend om de conclusie te dragen dat appellant onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan zijn re-integratie in het…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.