Ziektewet

ZW

Huidige tekst

Artikel 39a ZW

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Indien bij de behandeling van de aangifte of de beoordeling, bedoeld in artikel 38, tweede lid, blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van de tweede zin van dat lid of artikel 71a, eerste, tweede, of vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel de krachtens het zevende lid van dat artikel gestelde regels of op grond van artikel 25, eerste, tweede, of vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel de krachtens het zevende lid van dat artikel gestelde regels, niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verhaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op die werkgever het ziekengeld, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat zal worden betaald over een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen tijdvak. Dit tijdvak vangt aan op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd en wordt afgestemd op de periode waarin de werkgever de in de vorige volzin bedoelde verplichtingen of regels niet is nagekomen of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht. Het tijdvak bedraagt ten hoogste 52 weken. Indien binnen het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde tijdvak een periode van ongeschiktheid tot werken gedurende een periode van vier weken of meer wordt onderbroken door geschiktheid tot werken, wordt het ziekengeld over de periode van ongeschiktheid tot werken die is gelegen na die vier weken of meer weken, niet verhaald op de werkgever, bedoeld in de eerste zin. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels met betrekking tot het vaststellen van het in de tweede zin bedoelde tijdvak. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

  2. 2

    Indien de werkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste lid onder werkgever verstaan de rechtsopvolger van die werkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.

  3. 3

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel.

  4. 4

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2019:4Centrale Raad van Beroep, 2 januari 2019 (socialezekerheidsrecht)

    Appellante heeft, in plaats van zich re-integratie-inspanningen te getroosten en te trachten het conflict op te lossen, haar inspanningen uitsluitend gericht op beëindiging van het dienstverband. De…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:574Centrale Raad van Beroep, 1 februari 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling verhaalsbedrag. Appellante heeft onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht.

  • ECLI:NL:CRVB:2016:3565Centrale Raad van Beroep, 14 september 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Nu appellante zonder deugdelijke grond gedurende een periode niet heeft voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen, was het Uwv verplicht, zoals de rechtbank terecht heeft geconcludeerd, de…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:1278Centrale Raad van Beroep, 6 april 2016 (socialezekerheidsrecht)

    De aan werkneemster betaalde uitkering op grond van de ZW, inclusief de verschuldigde werkgeverspremies, over de periode van 22 juli 2013 tot en met 6 april 2014, heeft het Uwv op appellant verhaald.…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:223Centrale Raad van Beroep, 20 januari 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Bij nader besluit is het Uwv geheel tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante tegen het bestreden besluit. Procesbelang gezien een verzoek om schadevergoeding. Afwijzing verzoek om immateriële…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:130Centrale Raad van Beroep, 13 januari 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Verhaal ZW-uitkering. Onvoldoende re-integratie-inspanningen.

  • ECLI:NL:CRVB:2015:1715Centrale Raad van Beroep, 27 mei 2015 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad is van oordeel dat, indien een re-integratie-activiteit van de werkgever bestaat uit het bij binnenkomende opdrachten telkenmale nagaan of die zien op arbeid die in enigerlei vorm aan een te…

  • ECLI:NL:CRVB:2015:1394Centrale Raad van Beroep, 29 april 2015 (socialezekerheidsrecht)

    Loonsanctie. Onvoldoende re-integratie-inspanningen.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.