Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIG

Huidige tekst

Artikel 73 BIG

Geldt sinds 5 juli 2025

  1. 1

    Tegen een eindbeslissing van het regionale tuchtcollege en tegen een eindbeslissing van de voorzitter van het regionale tuchtcollege kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift van die beslissing bij het centrale tuchtcollege beroep worden ingesteld door: a.de klager, voor zover zijn klacht ongegrond is verklaard, hij niet-ontvankelijk is verklaard, het college kennelijk onbevoegd is, of voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is; b.de beklaagde; c.de inspecteur.

  2. 2

    Het beroep wordt schriftelijk ingesteld. De inhoud van het beroepschrift moet voldoen aan de daaromtrent bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.

  3. 3

    Artikel 65a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in dat artikel wordt gesproken over «klaagschrift» daar voor de toepassing van dat artikel «beroepschrift» moet worden gelezen.

  4. 4

    De secretaris van het college zendt een afschrift van het beroepschrift aan de klager, de beklaagde en de inspecteur, voor zover het beroepschrift niet door hen is ingediend, zodra het griffierecht is betaald.

  5. 5

    De personen, bedoeld in het vierde lid, kunnen binnen zes weken na de datum van verzending van een afschrift van het beroepschrift als bedoeld in het vierde lid, incidenteel beroep instellen. De voorschriften omtrent de procedure in beroep zijn van toepassing, tenzij in deze paragraaf anders is bepaald.

  6. 6

    De in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde personen worden door de voorzitter van het centrale tuchtcollege in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na toezending van de gronden van het incidenteel beroep schriftelijk hun zienswijze met betrekking tot het incidenteel beroep kenbaar te maken.

  7. 7

    Wanneer het beroepschrift na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, is ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.

  8. 8

    Het centrale tuchtcollege kan degene die beroep heeft ingesteld niet-ontvankelijk verklaren, het beroep verwerpen of het beroep gegrond verklaren.

  9. 9

    Indien het centrale tuchtcollege het beroep gegrond verklaart dan wel bij de behandeling van het beroep op andere dan de in het beroepschrift aangevoerde gronden tot het oordeel komt dat de in eerste aanleg gegeven beslissing niet kan worden gehandhaafd, vernietigt het deze beslissing en doet de zaak alsdan zelf af.

  10. 10

    Indien tegen de eindbeslissing van het regionale tuchtcollege door twee of meer personen beroep is ingesteld en tenminste twee van hen ontvankelijk zijn, worden deze beroepen gezamenlijk behandeld.

  11. 11

    De artikelen 65, zevende lid, en 65d, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in dat artikel wordt gesproken over «klaagschrift» daar voor de toepassing van dat artikel «beroepschrift» moet worden gelezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:762Parket bij de Hoge Raad, 26 augustus 2022 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op grond van art. 75 Wet BIG. Heeft een patiënt recht op inzage in de bevindingen van een…

  • ECLI:NL:HR:2020:713Hoge Raad, 21 april 2020 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Euthanasie op demente patiënt, tuchtzaak. Beslissing Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg over arts die euthanasie heeft toegepast op patiënt die leed aan…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:8104Rechtbank Gelderland, 10 september 2025 (civiel recht)

    Vernietiging beslissing tuchtrechter.

  • ECLI:NL:RVS:2020:2039Raad van State, 26 augustus 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 november 2017 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van [appellant] om verwijdering dan wel afscherming van zijn persoonsgegevens op grond van artikel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:5097Rechtbank Den Haag, 13 april 2016 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering tot opheffing schorsing van inschrijving in BIG-register. Tussenvonnis. Mogelijkheid tot spoedvoorziening bij Centraal Tuchtcollege?

  • ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2979Rechtbank 's-Gravenhage, 4 april 2012 (civiel recht)

    Exhibitieplicht (artikelen 21, 22 en 843 a Rv) ten aanzien van interne correspondentie tuchtrechtcollege: beperking op grond van gewichtige redenen, vrije gedachtenvorming. Onrechtmatige rechtspraak…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.