Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIG

Huidige tekst

Artikel 5 BIG

Geldt sinds 18 januari 2016

  1. 1

    Onze minister is bevoegd op de aanvrage tot inschrijving in een register te beslissen. Onze Minister is voorts bevoegd te beslissen op de aanvraag van een verpleegkundige tot vermelding in het register van de bevoegdheid van de aanvrager de krachtens artikel 36, veertiende lid, aangewezen UR-geneesmiddelen voor te schrijven. De vermelding houdt mede in de aanduiding van de categorie van verpleegkundigen waartoe de aanvrager behoort. Onze Minister is bevoegd een vermelding als bedoeld in de vorige volzin door te halen indien de betrokken verpleegkundige niet meer voldoet aan de krachtens artikel 36, veertiende lid, onder d, gestelde eisen.

  2. 2

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bedrag dat voor de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid moet worden betaald alsmede over de wijze van indiening van een aanvrage en de daarbij te verstrekken gegevens of bescheiden, nodig voor de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Het in de eerste volzin bedoelde bedrag wordt zodanig bepaald dat daarmee de kosten van de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden betaald.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een bedrag worden vastgesteld dat per in de maatregel aangewezen periode aan ingeschreven beroepsbeoefenaren in rekening wordt gebracht voor het ingeschreven zijn in het register. Het in de eerste volzin bedoelde bedrag wordt zodanig bepaald dat daarmee de kosten, verbonden aan het in het register ingeschreven zijn, worden gedekt.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van artikel 6, onderdeel f.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:22621Rechtbank Den Haag, 5 december 2024 (bestuursrecht)

    BIG-register - artikel 2 van het Besluit periodieke registratie van de Wet BIG - ongegrond

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:6301Rechtbank Amsterdam, 10 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Doorhaling en verzoek herregistratie van een tandarts in het BIG-register. Eiseres heeft niet tijdig de gevraagde bewijsstukken verstrekt. Geen ruimte in het stelsel van BIG-registratie voor…

  • ECLI:NL:RVS:2023:1014Raad van State, 15 maart 2023 (bestuursrecht)

    Bij brief van 24 maart 2016 heeft Stichting Regionaal Instituut voor Nascholing en Opleiding in de geestelijke gezondheidszorg in Zuid-Nederland aan Silver te kennen gegeven tot 1 november 2017 geen…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:3682Rechtbank Noord-Holland, 18 mei 2020 (bestuursrecht)

    Beroep niet tijdig beslissen kno. Het verzoek van eiser kan niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

  • ECLI:NL:RBROT:2019:7369Rechtbank Rotterdam, 20 september 2019 (bestuursrecht)

    Afwijzing verzoek registratie in het BIG-register wegens niet voldoen aan de taaleis. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RVS:2015:2191Raad van State, 15 juli 2015 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 september 2013 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een verzoek van [appellant] een voordracht te doen tot een koninklijk besluit om hem opnieuw in te schrijven…

  • ECLI:NL:RBHAA:2005:AT9512Rechtbank Haarlem, 16 juni 2005 (bestuursrecht)

    Aanvraag tot verklaring van vakbekwaamheid door Peruaanse tandarts ten onrechte afgewezen door Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het onderzoek door de Nuffic geeft slechts een globale…

  • ECLI:NL:RBROT:2004:AR5412Rechtbank Rotterdam, 8 november 2004 (bestuursrecht)

    Mededinging.

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.