Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIG

Huidige tekst

Artikel 3 BIG

Geldt sinds 1 juli 2020

  1. 1

    Er worden registers ingesteld, waarin degenen die aan de daarvoor bij en krachtens deze wet gestelde voorwaarden voldoen, op hun aanvrage worden ingeschreven, onderscheidenlijk als: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist, klinisch technoloog.

  2. 2

    Bij elke inschrijving worden in het register vermeld de naam, voornamen, geslacht, geboortedatum, nationaliteit en adres van de betrokkene en het nummer en het tijdstip van inschrijving. Bij ministeriële regeling kunnen gegevens worden aangewezen die ten behoeve van het identificeren van beroepsbeoefenaren bij de inschrijving worden vermeld.

  3. 3

    De naam, de voorletters, het geslacht, het BIG-nummer en het betreffende beroep en specialisme van een ingeschrevene zijn openbaar. Bij ministeriële regeling kunnen andere gegevens worden aangewezen die openbaar zijn om een beroepsbeoefenaar in het register te kunnen vinden.

  4. 4

    Indien de inschrijving van een beroepsbeoefenaar plaatsvindt op basis van een gedeeltelijke toegang als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, wordt dit bij de inschrijving aangetekend, waarbij wordt vermeld voor welke beroepswerkzaamheden de gedeeltelijke toegang geldt en onder welke beroepstitel die beroepsbeoefenaar zijn beroepswerkzaamheden op grond van artikel 12, derde lid, uitvoert.

  5. 5

    Elk register wordt ingesteld en beheerd door Onze Minister.

  6. 6

    De registers worden ingesteld ten einde te kunnen voldoen aan een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 12 en ten behoeve van het toezicht op de uitvoering van de artikelen 4 en 17.

  7. 7

    De regionale tuchtcolleges en het centraal tuchtcollege hebben voor de uitoefening van hun taak als bedoeld in hoofdstuk VII, toegang tot de informatie in de registers. Bij ministeriële regeling kunnen daarover nadere regels worden gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:515Parket bij de Hoge Raad, 9 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Bevoordelingsverbod beroepsbeoefenaar individuele gezondheidszorg (art. 4:59 lid 1 BW); uitzondering voor echtgenoot (art. 4:60 sub b BW). Verjaring van rechtsvordering (art. 4:54 lid 1 BW).

  • ECLI:NL:PHR:2022:832Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 69.3 AWR en art. 40.2 Geneesmiddelenwet. Falende klachten met betrekking tot 1. beroep op inkeerregeling van art. 69.3 AWR, 2. omstandigheid dat hof bij straftoemeting rekening…

  • ECLI:NL:PHR:2022:818Parket bij de Hoge Raad, 26 augustus 2022 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging verleend zonder dat bevindingen van de geneesheer-directeur waren overgelegd (art. 5:15 lid 2 en art. 17:3, onder e, Wvggz).

  • ECLI:NL:HR:2022:982Hoge Raad, 12 juli 2022 (strafrecht)

    Als natuurgenezeres natuurgeneesmiddel iboga(ïne) toedienen en verstrekken aan cliënten (verslaafden) ten gevolge waarvan 1 van hen is overleden, art. 287 Sr, art. 174 Sr, art. 255 en 257 Sr en art.…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7726Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Het verzoek van eiseres tot het verlenen van een verklaring van vakbewaamheid voor het beroep van verloskundige op grond van de Wet op beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG) op goede…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6368Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026 (arbeidsrecht)

    In deze zaak verzoekt werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer van Jamaicaanse afkomst, die als derdelander vanuit Oekraine naar Nederland is gekomen. Werknemer beschikt niet…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3280Rechtbank Noord-Nederland, 5 juni 2026 (bestuursrecht)

    Wet inburgering 2021. Afwijzing van een verzoek om ontheffing van de inburgeringsplicht om medische of psychische redenen. De minister heeft de adviezen van Argonaut aan het besluit ten grondslag…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:6412Rechtbank Rotterdam, 4 mei 2026 (bestuursrecht)

    Varia. Aanvraag voor ontheffing inburgeringsplicht op medische of psychische gronden. Beroep ongegrond.

247 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.