Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIG

Huidige tekst

Artikel 4 BIG

Geldt sinds 1 april 2019

  1. 1

    Onverminderd artikel 48, eerste lid, onder d, is aan degene die in een register ingeschreven staat het recht voorbehouden de in artikel 3, eerste lid, aan de hoedanigheid waarin zij ingeschreven wordt, gegeven benaming als titel te voeren.

  2. 2

    Het is degene wie het recht tot het voeren van een in deze wet geregelde titel niet toekomt op grond van het eerste lid, verboden deze titel, een daarop gelijkende benaming dan wel een op die titel betrekking hebbend onderscheidingsteken, aangegeven met toepassing van artikel 93 of daarmee in hoofdzaak overeenstemmend, te voeren.

  3. 3

    Waar in deze wet of in daarop berustende bepalingen personen met een der in artikel 3, eerste lid, vermelde benamingen worden aangeduid, worden, voor zover niet anders blijkt, daaronder verstaan degenen die in het betrokken register ingeschreven staan.

  4. 4

    Voor zover het tweede lid, en de artikelen 17, tweede lid, 34, vierde lid, en 36a, derde lid, tweede volzin, een verbod inhouden op het voeren van een titel, is dat verbod niet van toepassing in het geval dat een beroepsbeoefenaar, aan wie op grond van artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties gedeeltelijke toegang is verleend tot een op grond van het eerste lid aangewezen beroep, zijn beroepswerkzaamheden uitoefent onder de beroepstitel van zijn staat van herkomst of oorsprong.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:62Hoge Raad, 16 januari 2026 (civiel recht)

    Vermogensrecht; verjaring. Erfrecht (art. 4:54 BW; art. 4:59 BW; art. 4:60 BW). Erfgenaam verleende via thuiszorgorganisatie zorg aan erflater vanaf 2014 en trouwde met hem in 2016. Kinderen van…

  • ECLI:NL:HR:1999:AA3810Hoge Raad, 8 december 1999 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:1642Rechtbank Overijssel, 27 maart 2024 (bestuursrecht)

    De rechtbank beoordeelt de doorhaling van eisers registratie als tandarts in het BIG-register en het daaruit voortvloeiende verlies van het recht om de titel van tandarts te voeren. Het beroep is…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:41Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 januari 2022 (bestuursrecht)

    WET

  • ECLI:NL:RVS:2021:1542Raad van State, 14 juli 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 29 mei 2018 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 3.350,00. De minister heeft de boete opgelegd omdat een…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:869Gerechtshof Den Haag, 12 mei 2020 (civiel recht)

    Zorgverzekeringswet. Declaratie van een ECP-therapeut die 2de lijns GGZ-zorg verleend heeft. Verjaring, stuiting. Voldoet de geleverde zorg aan art. 2.1 Besluit Zorgverzekering.

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:286Rechtbank Noord-Holland, 23 januari 2020 (bestuursrecht)

    Wet BIG: Boete terecht opgelegd aan natuurgenezer die zicxh in strijd met de wet BIG natuur-arts noemt.

  • ECLI:NL:RVS:2019:2438Raad van State, 17 juli 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 januari 2018 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om herregistratie als arts in het register voor beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: het BIG-register)…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.