Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIG

Huidige tekst

Artikel 17 BIG

Geldt sinds 18 januari 2016

  1. 1

    Het recht om een specialistentitel te voeren is voorbehouden aan degenen die zijn ingeschreven in het desbetreffende erkende specialistenregister.

  2. 2

    Het is degene wie het recht tot het voeren van een krachtens deze wet erkende specialisten-titel niet toekomt op grond van het eerste lid, verboden deze titel of een daarop gelijkende benaming te voeren.

  3. 3

    Voor zover het tweede lid, en de artikelen 4, tweede lid, 34, vierde lid, en 36a, derde lid, tweede volzin, een verbod inhouden op het voeren van een titel, is dat verbod niet van toepassing in het geval dat een beroepsbeoefenaar met toepassing van artikel 4 septies van Richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255) door een organisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, gedeeltelijk is toegelaten tot een beroep waarvan de beoefenaar de bevoegdheid heeft een titel te voeren, en die beroepsbeoefenaar zijn beroepswerkzaamheden uitoefent onder de beroepstitel van zijn staat van herkomst of oorsprong.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:729Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2017 (civiel recht)

    BOPZ. Verzoek machtiging voortgezet verblijf. Geneeskundige verklaring van een ‘arts verstandelijk gehandicapten’. Art. 1 lid 6 Wet Bopz. Kan met deze verklaring worden volstaan in geval van een…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV2026Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2012 (civiel recht)

    Bopz. Vraag of in art. 5 lid 1 Wet Bopz bedoelde verklaring mag berusten op door geneesheer-directeur zelf verricht onderzoek van betrokkene indien het gaat om een geneesheer-directeur die geen…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV2028Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2012 (civiel recht)

    Bopz. Vraag of in art. 5 lid 1 Wet Bopz bedoelde verklaring mag berusten op door geneesheer-directeur zelf verricht onderzoek van betrokkene indien het gaat om een geneesheer-directeur die geen…

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:279Rechtbank Noord-Nederland, 27 januari 2023 (bestuursrecht)

    Intrekking erkenning praktijkopleidingsinstelling. Geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Awb. Geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Bestuursrechter is onbevoegd. I.c. kan…

  • ECLI:NL:RVS:2022:3163Raad van State, 2 november 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 3 september 2019 heeft de minister voor Medische Zorg een bestuurlijke boete van € 2.010,00 opgelegd aan [appellant] wegens het ten onrechte voeren van een specialistentitel.…

  • ECLI:NL:RVS:2018:3780Raad van State, 21 november 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 november 2015 heeft de minister [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 3.350,00.

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9757Rechtbank Den Haag, 29 augustus 2017 (bestuursrecht)

    verzoek herregistratie huisarts afgewezen, in referteperiode enkel werkzaamheden als detentie-arts verricht, niet voldaan aan eis acht uren per week in huisartsenpraktijk werkzaam te zijn, geen…

  • ECLI:NL:RBAMS:2015:5337Rechtbank Amsterdam, 20 augustus 2015 (bestuursrecht)

    Oplegging bestuurlijke boete wegens het voeren van de specialistentitel cardioloog, terwijl eiser dat recht niet toe kwam op grond van artikel 17, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.