Gemeentewet

Gemw

Huidige tekst

Artikel 151c Gemw

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.

  2. 2

    De burgemeester besluit met inachtneming van het in de verordening van de raad bepaalde: a.binnen welk gebied, bestaande uit openbare plaatsen of andere voor een ieder toegankelijke plaatsen als bedoeld in het eerste lid, camera’s worden ingezet; b.voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt.

  3. 3

    De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het overleg, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Politiewet 2012, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken.

  4. 4

    De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande politie.

  5. 5

    De burgemeester trekt het besluit, bedoeld in het eerste lid, in zodra de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde.

  6. 6

    De aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die het gebied, bedoeld in het tweede lid, onder a, betreedt.

  7. 7

    Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.

  8. 8

    Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde worden in het kader van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, gegevens verwerkt.

  9. 9

    De verwerking van de gegevens, bedoeld in het achtste lid, is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens, met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 van die wet, de vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken worden vernietigd en de gegevens, bedoeld in het achtste lid, indien er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit, ten behoeve van de opsporing van dat strafbare feit kunnen worden verwerkt.

  10. 10

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de goede uitvoering van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld omtrent: a.de camera’s en andere technische hulpmiddelen benodigd voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze hulpmiddelen worden aangebracht; b.de personen belast met of anderszins direct betrokken bij de uitvoering van het toezicht; en c.de ruimten waarin de waarneming of verwerking van door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1208Parket bij de Hoge Raad, 12 november 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Mishandeling begaan tegen een ambtenaar (art. 300.1 jo 304 Sr) en mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr). 1. Noodweer. 2. Verzuim te beslissen op verzoek verdachte bij laatste…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:9203Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 december 2025 (omgevingsrecht)

    De voorlopige voorziening die inhoudt dat het besluit tot aanwijzing van een gebied in Veen waar rond de jaarwisseling cameratoezicht plaats zal vinden, is afgewezen. De reden daarvoor is dat de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:8101Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 november 2024 (bestuursprocesrecht)

    Verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzingsbesluit cameratoezicht . Toepassing artikel 8:29 Awb. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit het bestreden besluit en de bestuurlijke…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:8245Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 november 2023 (bestuursprocesrecht)

    Nemen aanwijzingsbesluit tot instellen cameratoezicht

  • ECLI:NL:RVS:2023:4257Raad van State, 15 november 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college besloten tot invordering van dwangsommen tot een bedrag van € 6.000,00, vanwege het gestelde niet naleven van een last onder dwangsom, opgelegd in…

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:4394Rechtbank Oost-Brabant, 7 september 2023 (bestuursprocesrecht)

    Invordering dwangsommen vanwege overtredingen muilkorfgebod. Gebruik door de burgemeester van camerabeelden van derden als bewijs voor invordering. Onrechtmatige verwerking persoonsgegevens in de zin…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:284Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 januari 2023 (bestuursstrafrecht)

    Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte. Meervoudig arrest. Afvalstoffenverordening Amsterdam. Werkwijze gemeente waarbij boa op basis van bevindingen toezichthouders een overtredingsrapport…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:6769Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 november 2022 (omgevingsrecht)

    Schorsen besluit verlengen cameratoezicht

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.