Gemeentewet

Gemw

Huidige tekst

Artikel 225 Gemw

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    In het kader van de parkeerregulering kunnen de volgende belastingen worden geheven: a.een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder parkeren verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

  3. 3

    De belasting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  4. 4

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen.

  5. 5

    Zolang geen voldoening van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde belasting heeft plaatsgevonden wordt de houder van het voertuig aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. Met betrekking tot een motorrijtuig dat is ingeschreven in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, wordt als houder aangemerkt degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven. De tweede volzin vindt geen toepassing indien: a.blijkt dat het motorrijtuig ten tijde van het parkeren op de naam van een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, in welk geval die ander wordt aangemerkt als degene die het motorrijtuig heeft geparkeerd; b.een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorrijtuig was, in welk geval de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorrijtuig heeft geparkeerd.

  6. 6

    De belasting wordt niet geheven van degene die ingevolge het vijfde lid is aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  7. 7

    De belasting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

  8. 8

    Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen kan afhankelijk worden gesteld van de parkeerduur, van de parkeertijd, van de ingenomen oppervlakte en van de ligging van de terreinen of weggedeelten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:957Hoge Raad, 19 juni 2026 (belastingrecht)

    Art. 225, lid 2, Gemeentewet; parkeerbelasting; laden en lossen; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:90

  • ECLI:NL:HR:2025:90Hoge Raad, 17 januari 2025 (belastingrecht)

    Art. 225, lid 2, Gemeentewet. Parkeerbelasting, laden en lossen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1535Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Is kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting een criminal charge? Terugkomen op…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1116Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met de zaaknummers 23/04460 ECLI:NL:PHR:2024:1113 en 24/02548 ECLI:NL:PHR:2024:1117

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7427Rechtbank Oost-Brabant, 20 oktober 2026 (belastingrecht)

    naheffingsaanslag parkeerbelasting, aanslag opgelegd aan vennootschap, eiser ontvankelijk in zijn beroep als feitelijk parkeerder, in- en uitstappen, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7428Rechtbank Oost-Brabant, 20 oktober 2026 (belastingrecht)

    naheffingsaanslag parkeerbelasting, geen gerechtvaardigd vertrouwen dat eiser ter plaatse mocht parkeren met zijn parkeervergunning zonder te betalen, eiser heeft niet aan zijn onderzoeksplicht…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7222Rechtbank Oost-Brabant, 12 oktober 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Te late aanmelding via parkeerapp. Beroep op overmacht slaagt niet. Geen nood- of spoedsituatie. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9435Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2026 (belastingrecht)

    Parkeerbelasting, ongegrond.

633 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.