Gemeentewet

Gemw

Huidige tekst

Artikel 232 Gemw

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Het college kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 voor de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar een andere gemeenteambtenaar in de plaats treedt.

  2. 2

    De colleges van twee of meer gemeenten kunnen met betrekking tot een of meer gemeentelijke belastingen bepalen dat ambtenaren van een van die gemeenten worden aangewezen als: a.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van die gemeenten voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing van gemeentelijke belastingen; b.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar van die gemeenten voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen; c.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, bedoelde ambtenaren van die gemeenten voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen; d.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, bedoelde ambtenaar van die gemeenten, voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen.

  3. 3

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het college van de gemeente waarvan de ambtenaar, belast met de invordering van gemeentelijke belastingen op grond van het tweede lid, onderdeel b, wordt aangewezen.

  4. 4

    Indien voor de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen een gemeenschappelijke regeling is getroffen en bij die regeling een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld, kan bij of krachtens die regeling worden bepaald dat een daartoe aangewezen ambtenaar van dat openbare lichaam of die bedrijfsvoeringsorganisatie wordt aangewezen als: a.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing van gemeentelijke belastingen; b.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen; c.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, bedoelde ambtenaren van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen; d.de in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, bedoelde ambtenaar van de gemeente voor de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de invordering van gemeentelijke belastingen.

  5. 5

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie waarvan een ambtenaar op grond van het vierde lid, onderdeel b, wordt aangewezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1385Hoge Raad, 26 september 2025 (belastingrecht)

    Art. 220 Gemeentewet; tariefverhoging OZB eigenaren niet-woningen (o.a. verschuiving OZB van gebruikers naar eigenaren); exceptieve toetsing; evenredigheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:PHR:2016:1401Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2016 (belastingrecht)

    Belanghebbende is eigenaar van een gemeubileerde vakantiewoning, zijnde een stacaravan, op het recreatieterrein van caravanpark [A], gelegen in de gemeente Oisterwijk. Krachtens de Verordening op de…

  • ECLI:NL:HR:2012:BW1956Hoge Raad, 28 september 2012 (belastingrecht)

    Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW1956Parket bij de Hoge Raad, 28 september 2012 (belastingrecht)

    Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1165Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 april 2025 (belastingrecht)

    Het Delegatie- en mandaatbesluit BsGW, waarin de bevoegdheid tot het heffen van forensenbelasting aan het dagelijks bestuur van BsGW is overgedragen, is bekend gemaakt en in werking getreden na het…

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:4166Rechtbank Overijssel, 23 oktober 2023 (civiel recht)

    De rechtbank wijst de vorderingen af. Eiser had de gemeentelijke belastingaanslagen over de jaren 2022 en 2023 niet betaald, dus het belastingkantoor had dwangbevelen uitgevaardigd en beslag gelegd…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:4487Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 mei 2023 (belastingrecht)

    Wet Woz. Waardevaststelling woning.

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:4557Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 december 2022 (belastingrecht)

    WOZ-zaken. Proceskostenvergoeding. Griffierecht. Het Hof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat per aanslagbiljet sprake is van één bezwaar en één beroep voor toepassing van de…

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.