Gemeentewet

Gemw

Huidige tekst

Artikel 213 Gemw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.

  2. 2

    De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen.

  3. 3

    De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde controle aan of: a.de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten en lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen; b.de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet rechtmatig tot stand zijn gekomen; c.de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel 186 en d.het jaarverslag met de jaarrekening verenigbaar is.

  4. 4

    Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over: a.de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken en b.de tabel van fouten en onzekerheden voor de specifieke uitkeringen.

  5. 5

    De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan de raad en een afschrift daarvan aan het college.

  6. 6

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de reikwijdte van en de verslaglegging omtrent de accountantscontrole, bedoeld in het tweede lid.

  7. 7

    Accountants als bedoeld in het tweede lid kunnen in gemeentelijke dienst worden genomen. In dat geval besluit de raad tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

  8. 8

    Indien de raad op grond van het tweede lid accountants heeft aangewezen die in gemeentelijke dienst zijn genomen, is: a.het bepaalde bij en krachtens de artikelen 25, 25a en 27 van de Wet toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op deze accountants; b.het bepaalde bij en krachtens de artikelen 14, 18, 19, 20 en 21 van de Wet toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op de gemeente; en c.het bepaalde bij en krachtens de artikelen 15 en 16 van de Wet toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op de personen die de dagelijkse leiding hebben over het onderdeel van de gemeente waarbij de in de aanhef bedoelde accountants werkzaam zijn.

  9. 9

    Indien een gemeente wordt aangewezen als organisatie van openbaar belang als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, zijn de artikelen 22 tot en met 24 van die wet van overeenkomstige toepassing op deze gemeente.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1188Centrale Raad van Beroep, 1 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Gecorrigeerde verantwoordingsinformatie ten onrechte niet beoordeeld. Zelf voorzien. Uitgangspunt van de Tozo is volledige financiële compensatie. Van een situatie waarin het hoger vaststellen van de…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:183Centrale Raad van Beroep, 17 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning definitief budget voor de gebundelde uitkering over de jaren 2017-2022. Verdeelmodel. Bewijslast. Toekenning of afwijzing vangnetuitkering over de jaren 2017-2020. Toepassing normbedrag…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:15715Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2025 (bestuursrecht)

    bodemprocedure

  • ECLI:NL:RBROT:2024:3855Rechtbank Rotterdam, 30 april 2024 (bestuursrecht)

    Financieel toezicht, Wta. Bestuurlijke boete vanwege het zonder de juiste vergunning verrichten van de wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang (OOB). Anders dan eiseres aanvoert…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:5233Rechtbank Den Haag, 9 april 2024 (socialezekerheidsrecht)

    bodemprocedure

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:2746Rechtbank Den Haag, 7 maart 2024 (socialezekerheidsrecht)

    MK. Beroep tegen hoogte van de definitieve vergoeding voor de Tozo-kosten in het jaar 2020. Onjuiste Sisa-informatie aangeleverd door het college waardoor €279.876 te weinig is opgevoerd. Beroep op…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:3409Rechtbank Den Haag, 6 april 2017 (bestuursrecht)

    Voor het herstellen van fouten en omissies in de sisa-bijlage geldt een hersteltermijn tot 30 september van hetzelfde jaar. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de aard van de omissie en…

  • ECLI:NL:RVS:2017:687Raad van State, 15 maart 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 februari 2015 heeft de staatssecretaris de aan de gemeente verleende brede doeluitkering vastgesteld op een bedrag van € 1.830.743,00 en een bedrag van € 257.529,00 teruggevorderd.

53 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.