Gemeentewet

Gemw

Huidige tekst

Artikel 61 Gemw

Geldt sinds 1 februari 2016

  1. 1

    De burgemeester wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor de tijd van zes jaar.

  2. 2

    De commissaris van de Koning overlegt met de raad over de eisen die aan de te benoemen burgemeester worden gesteld met betrekking tot de vervulling van het ambt. Voorafgaand aan het overleg met de commissaris stelt de raad het college in de gelegenheid zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van deze eisen kenbaar te maken.

  3. 3

    Na het overleg met de commissaris stelt de raad uit zijn midden een vertrouwenscommissie in, belast met de beoordeling van de kandidaten. De raad kan bepalen dat één of meer wethouders als adviseur aan de vertrouwenscommissie worden toegevoegd. De commissaris verschaft de vertrouwenscommissie een opgave van degenen die naar het ambt van burgemeester hebben gesolliciteerd, vergezeld van zijn oordeel over kandidaten die hij in beginsel geschikt acht voor benoeming. Als de vertrouwenscommissie besluit naast deze kandidaten ook andere kandidaten die gesolliciteerd hebben, bij haar beoordeling te betrekken, doet zij daarvan onverwijld mededeling aan de commissaris. Deze brengt zijn oordeel over laatstgenoemde kandidaten ter kennis van de vertrouwenscommissie.

  4. 4

    De vertrouwenscommissie verschaft zich door tussenkomst van de commissaris de door haar nodig geachte informatie over de kandidaten. Bestuursorganen zijn verplicht de gevraagde informatie te verstrekken. De vertrouwenscommissie brengt verslag uit van haar bevindingen aan de raad en aan de commissaris.

  5. 5

    De raad zendt Onze Minister binnen vier maanden nadat de gelegenheid tot sollicitatie voor de functie is gegeven een aanbeveling inzake de benoeming. Deze aanbeveling omvat twee personen.

  6. 6

    In een bijzonder, door de raad te motiveren geval, kan worden volstaan met een aanbeveling waarop één persoon vermeld staat. Onze Minister slaat geen acht op een enkelvoudige aanbeveling, indien naar zijn oordeel geen sprake is van een bijzonder geval.

  7. 7

    Onze Minister volgt in zijn voordracht in beginsel de aanbeveling, met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde, tenzij zwaarwegende gronden aanleiding tot afwijking geven. Een afwijking wordt gemotiveerd.

  8. 8

    De rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister de benodigde gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en inzake strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 76 van die wet, voor zover deze boeten en beschikkingen zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:1330Hoge Raad, 28 juni 2016 (strafrecht)

    Burgemeestersbenoeming Roermond: medeplichtigheid door een uiteindelijk voor benoeming voorgedragen kandidaat aan schending van geheimhoudingsplicht door wethouder Roermond die de…

  • ECLI:NL:PHR:2016:452Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2016 (strafrecht)

    Burgemeestersbenoeming Roermond: medeplichtigheid door een uiteindelijk voor benoeming voorgedragen kandidaat aan schending van geheimhoudingsplicht door wethouder Roermond die de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:5516Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2024 (bestuursrecht)

    Beroep buiten zitting ongegrond. De raad heeft de documenten waarover het Woo-verzoek van eiser gaat niet hoeven inventariseren, omdat de door eiser gevraagde documenten evident niet onder de…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:753Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 maart 2024 (strafrecht)

    De verdachte is veroordeeld ter zake van enig geheim waarvan hij weet dat hij uit hoofde van wettelijk voorschrift verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden tot een voorwaardelijke geldboete…

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:933Rechtbank Oost-Brabant, 17 maart 2022 (bestuursprocesrecht)

    Wob-verzoek benoemingsprocedure burgemeester, verwevenheid tussen persoonlijke beleidsopvattingen en feitelijke gegevens, vermelding metadata op inventarislijst, geen verplichting documenten op te…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2804Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 juni 2021 (strafrecht)

    Beklag tegen het niet vervolgen wegens schending van de wettelijke geheimhoudingsplicht door leden van de publiekrechtelijke vertrouwenscommissies. Het hof wijst af het beklag.

  • ECLI:NL:RBLIM:2020:4197Rechtbank Limburg, 12 juni 2020 (verbintenissenrecht)

    Kopiëren en onderzoek in de mailbox van een burgemeester. Onrechtmatige daad. Verschil tussen enerzijds de belangen die het ambt van burgemeester aangaan en anderzijds de persoonlijke belangen van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2016:5272Rechtbank Rotterdam, 12 juli 2016 (strafrecht)

    Vonnis in de zaak tegen (oud) wethouder van Roermond en (oud) Eerste Kamerlid. Veroordeling voor (passieve) ambtelijke corruptie, schending van wettelijke geheimhoudingsplicht en verkiezingsfraude.…

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.