Gemeentewet

Gemw

Huidige tekst

Artikel 253 Gemw

Geldt sinds 1 januari 2005

  1. 1

    Indien ter zake van hetzelfde voorwerp van de belasting of hetzelfde belastbare feit twee of meer personen belastingplichtig zijn, kan de belastingaanslag ten name van een van hen worden gesteld.

  2. 2

    Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid, voortvloeit uit het genot van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen is gesteld, kan de met de invordering van gemeentelijke belastingen belaste gemeenteambtenaar de belastingaanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.

  3. 3

    De belastingschuldige die de belastingaanslag heeft voldaan kan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn belastingplicht verhalen op de overige belastingplichtigen naar evenredigheid van ieders belastingplicht.

  4. 4

    Tegen een met toepassing van het eerste lid vastgestelde belastingaanslag kan mede beroep bij de rechtbank worden ingesteld door de belastingplichtige wiens naam niet op het aanslagbiljet staat vermeld. Artikel 26a, derde lid, van de Algemene wet is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Van het derde lid kan bij overeenkomst worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:1290Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 19 december 2017, nr. 17/00736. Op 25 juni 2016…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1291Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken in verzet van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2018, inzake een aantal…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1292Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken in verzet van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2018, inzake een aantal…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1374Parket bij de Hoge Raad, 28 december 2016 (belastingrecht)

    Feiten en geschil: De belanghebbende is met twee broers voor gelijke delen mede-eigenaar van 13 gereguleerde huurwoningen in de zin van de Wet verhuurderheffing (Wvh). De WOZ-beschikkingen voor alle…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8981Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 september 2026 (belastingrecht)

    Forensenbelasting.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:13165Rechtbank Rotterdam, 12 november 2025 (civiel recht)

    IPR. Vanwege het oorspronkelijke huwelijksvermogensregime van partijen naar Turks recht (zonder huwelijksgemeenschap), valt de gemeenschappelijke woning onder een eenvoudige gemeenschap tussen…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:7178Rechtbank Amsterdam, 4 september 2025 (belastingrecht)

    Wet WOZ. Meerdere eigenaren van een perceel. Tenaamstelling aanslag. Geen schending van het evenredigheidsbeginsel. Motiveringsgebrek.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:2551Rechtbank Amsterdam, 11 april 2025 (bestuursprocesrecht)

    PKV na ingetrokken vovo. Bevoegdheid. Connexiteit met bezwaren tegen naheffingsaanslag. Tegemoetkoming.

52 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.