Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 35d SW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder een erflater of schenker verstaan een erflater die gedurende één jaar tot het overlijden, onderscheidenlijk een schenker die gedurende vijf jaren tot de schenking: a.ondernemer was in de zin van artikel 3.4 of artikel 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking tot de in artikel 35c, eerste lid, onderdeel a, bedoelde onderneming; b.medegerechtigde was in de zin van artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a van de Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking tot de in artikel 35c, eerste lid, onderdeel b, bedoelde medegerechtigdheid; c.aanmerkelijkbelanghouder was van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel c, en het lichaam waarop het aanmerkelijk belang betrekking heeft gedurende de in de aanhef bedoelde periode van één jaar, onderscheidenlijk vijf jaren, de daar bedoelde onderneming dreef of de daar bedoelde medegerechtigdheid bezat; d.resultaat uit een werkzaamheid genoot met betrekking tot de onroerende zaak, bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel d, en die onroerende zaak gedurende de in de aanhef bedoelde periode van één jaar, onderscheidenlijk vijf jaren, dienstbaar was aan de onderneming van het lichaam, bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel c; voor zover het belang van erflater of schenker in de onderneming, bedoeld in de onderdelen a of c, in de medegerechtigdheid, bedoeld in de onderdelen b of c, of in de werkzaamheid, bedoeld in onderdeel d, in de genoemde periode niet is toegenomen.

  2. 2

    De periodes van één jaar, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, worden verlengd met zes maanden per jaar dat de erflater ten tijde van het overlijden meer dan twee jaar ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

  3. 3

    De periodes van vijf jaren, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, worden verlengd met zes maanden per jaar dat de schenker op het moment van schenking meer dan zes jaar ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

  4. 4

    Onder een erflater of schenker als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan degene die naar doel en strekking van de bezitseis, bedoeld in het eerste lid, daarmee gelijk te stellen is, mits sprake is van een bij ministeriële regeling aangewezen omstandigheid en voldaan wordt aan daarin gestelde voorwaarden.

  5. 5

    Onder een erflater of schenker als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan degene die in geval van bij ministeriële regeling aangewezen situaties van overheidsingrijpen voldoet aan de daarin gestelde voorwaarden.

  6. 6

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:983Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 september 2026 inzake: 25/03966 ECLI:NL:PHR:2026:912 , 25/03967 ECLI:NL:PHR:2026:914 , 25/03968 ECLI:NL:PHR:2026:915 en 25/03969…

  • ECLI:NL:HR:2026:137Hoge Raad, 30 januari 2026 (belastingrecht)

    Schenkbelasting; artikel 35d, lid 1, letter c, SW, artikel 9(2) URSE; bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), bezitseis ten aanzien van de onderneming, vervolg op HR BNB 2023/97, bewijslastverdeling.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1114Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Vervolg op HR BNB 2023/97 ECLI:NL:HR:2023:647 . Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR); schenking van aandelen in 2013 na ruziesplitsing in 2011. Uitleg verwijzingsarrest: leidt uitbreiding van subjectieve…

  • ECLI:NL:PHR:2022:903Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag in hoeverre de BOR van toepassing is op door schenking verkregen aandelen als daaraan een ruziesplitsing van bedrijfsvermogen vooraf is gegaan. Hoe…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1208Rechtbank Noord-Nederland, 16 april 2026 (belastingrecht)

    SW, BOR, 35d-1c, (directe) bezitsvereiste in relatie tot procentuele toename belang schenker na aandeleninkoop

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1856Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 juli 2025 (belastingrecht)

    In 2019 worden certificaten van aandelen in Beheer BV door vader aan kind geschonken. In de aangifte schenkbelasting wordt een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) gedaan. Met betrekking…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:1864Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 maart 2024 (belastingrecht)

    Uitspraak na verwijzing. Schenkbelasting. Afsplitsing en schenking onderneming.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:888Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 februari 2024 (belastingrecht)

    Erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Bezitstermin.

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.