Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 2 SW

Geldt sinds 1 januari 2010

  1. 1

    Een Nederlander die in dienstbetrekking staat tot de Staat der Nederlanden, wordt steeds geacht in Nederland te wonen, indien hij is uitgezonden: a.als lid van een diplomatieke, permanente of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland, of b.om in het kader van een verdrag waarbij de Staat der Nederlanden partij is, in een andere mogendheid werkzaamheden te verrichten.

  2. 2

    Indien een Nederlander op grond van het eerste lid geacht wordt in Nederland te wonen, worden de partner en de kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en die in belangrijke mate door hem worden onderhouden in de zin van artikel 1.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tevens geacht in Nederland te wonen.

  3. 3

    In geval van schenking door een rechtspersoon wordt de plaats, waar de schenker is gevestigd, als zijn woonplaats aangemerkt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2007:AV0426Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2007 (belastingrecht)

    Schenking onder opschortende voorwaarde; tijdstip totstandkoming i.v.m. artikel 3, lid 1, SW.

  • ECLI:NL:HR:1996:AA1786Hoge Raad, 13 november 1996 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:1996:AA1786Parket bij de Hoge Raad, 13 november 1996 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHAMS:2004:AP0576Gerechtshof Amsterdam, 27 mei 2004 (belastingrecht)

    Nalatenschap in Nederland belast ter zake van recht van successie, nu erflater ten tijde van overlijden woonplaats had binnen het Rijk. Artikel 24, lid 2 aanhef en sub a, Successiewet 1956, niet van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.