Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 35e SW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Een verkrijger voldoet aan het voortzettingsvereiste indien gedurende de periode van drie jaren, bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, zich geen van de hierna genoemde gebeurtenissen voordoet: a.indien het een verkrijging betreft als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel a: de verkrijger houdt op uit de onderneming, of een gedeelte daarvan, winst te genieten of gaat ter zake belastbare winst genieten in de zin van artikel 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001; b.indien het een verkrijging betreft als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel b: de verkrijger houdt op uit de verkregen medegerechtigdheid, of een gedeelte daarvan, winst te genieten; c.indien het een verkrijging betreft van vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel c: 1°. de verkrijger vervreemdt vermogensbestanddelen of een gedeelte van de in deze vermogensbestanddelen liggende rechten; 2°. vermogensbestanddelen worden omgezet in preferente aandelen of de aanspraak van de verkregen vermogensbestanddelen op toekomstige winsten of waardeontwikkelingen wordt, al dan niet via uitgifte van vermogensbestanddelen, op andere wijze beperkt; of 3°. het lichaam waarop de vermogensbestanddelen betrekking hebben, houdt op uit de onderneming of de medegerechtigdheid, of een gedeelte daarvan, winst te genieten; d.indien het een verkrijging betreft als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel d: 1°. de verkrijger houdt op de onroerende zaak geheel of voor een gedeelte daarvan ter beschikking te stellen aan het in dat lid bedoelde lichaam, of 2°. de onroerende zaak houdt op geheel of voor een gedeelte daarvan dienstbaar te zijn aan de in dat lid bedoelde onderneming.

  2. 2

    Indien de verkrijger in de periode, bedoeld in het eerste lid, een samenwerkingsverband aangaat, houdt hij voor de toepassing van dit artikel slechts op winst te genieten voor zover zijn gerechtigdheid tot de winst daardoor verder afneemt dan het aandeel in de winst waartoe hij gerechtigd was vóór de verkrijging waarop artikel 35b is toegepast.

  3. 3

    Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder vervreemden mede verstaan een handeling of gebeurtenis als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, e en i, tweede lid, en vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, ook als deze handeling of gebeurtenis betrekking heeft op vermogensbestanddelen die bij de verkrijger niet tot een aanmerkelijk belang behoren als bedoeld in afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  4. 4

    Het eerste lid, onderdeel c, is van overeenkomstige toepassing op de gewone aandelen van de verkrijger, bedoeld in artikel 35c, vierde lid. Ingeval met betrekking tot de in de eerste volzin bedoelde gewone aandelen niet wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, vervalt de voorwaardelijke vrijstelling met betrekking tot de preferente aandelen, bedoeld in artikel 35c, vierde lid, overeenkomstig artikel 35b, zesde lid, naar evenredigheid.

  5. 5

    Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op gewone aandelen van de verkrijger die zijn toegekend in het kader van een bedrijfsoverdracht als bedoeld in artikel 35c, vijfde lid, derde zin.

  6. 6

    Een verkrijger voldoet mede aan het voortzettingsvereiste in bij ministeriële regeling te stellen omstandigheden die passen bij het doel en de strekking van het voortzettingsvereiste als voldaan wordt aan de daarin gestelde voorwaarden.

  7. 7

    Een verkrijger voldoet in geval van bij ministeriële regeling aangewezen situaties van overheidsingrijpen mede aan het voortzettingsvereiste onder bij die ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

  8. 8

    Indien zich een van de in het eerste lid bedoelde gebeurtenissen heeft voorgedaan, doet de verkrijger hiervan aangifte binnen acht maanden na die gebeurtenis.

  9. 9

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:983Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 september 2026 inzake: 25/03966 ECLI:NL:PHR:2026:912 , 25/03967 ECLI:NL:PHR:2026:914 , 25/03968 ECLI:NL:PHR:2026:915 en 25/03969…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1114Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Vervolg op HR BNB 2023/97 ECLI:NL:HR:2023:647 . Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR); schenking van aandelen in 2013 na ruziesplitsing in 2011. Uitleg verwijzingsarrest: leidt uitbreiding van subjectieve…

  • ECLI:NL:PHR:2022:903Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag in hoeverre de BOR van toepassing is op door schenking verkregen aandelen als daaraan een ruziesplitsing van bedrijfsvermogen vooraf is gegaan. Hoe…

  • ECLI:NL:PHR:2022:523Parket bij de Hoge Raad, 30 mei 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of er reden is tot terugneming van de BOR als de (indirect) verkregen onderneming binnen vijf jaar na de schenking geheel wordt verhuurd aan een…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:213Rechtbank Noord-Nederland, 29 januari 2026 (belastingrecht)

    De (voormalig) enig aandeelhouder van een concern schenkt zijn belang in dat concern onder voorwaarden aan eiser, die sinds 2007 onafgebroken werkzaam is voor het concern, voorafgaand aan de…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2588Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 september 2025 (belastingrecht)

    Belanghebbende en erflater zijn broers. Zij exploiteerden een legkippenbedrijf in een maatschap. In geschil is of de BOR van toepassing is op de woning en de spaargelden van erflater. Het hof is van…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:737Gerechtshof Den Haag, 4 maart 2025 (belastingrecht)

    Art. 35b, lid 1 en lid 6, Successiewet 1956 (SW), Art. 35c, lid 1, lid 5, lid 6, SW. Art. 35e, lid 1, SW. Art. 37, lid 4, SW. Art. 3:4 Awb. Art. 8:73 Awb. Bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOR).…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:738Gerechtshof Den Haag, 4 maart 2025 (belastingrecht)

    Art. 35b, lid 1 en lid 6, Successiewet 1956 (SW), Art. 35c, lid 1, lid 5, lid 6, SW. Art. 35e, lid 1, SW. Art. 37, lid 4, SW. Art. 3:4 Awb. Art. 8:73 Awb. Bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOR).…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.