Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 20 SW

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Voor de regeling van de erfbelasting kunnen van de nalatenschap als lasten slechts worden afgetrokken de kosten van lijkbezorging voor zover zij niet bovenmatig zijn.

  2. 2

    Onder de kosten van lijkbezorging kunnen worden begrepen de sommen, besproken of uitgekeerd voor de uitvaart van de erflater en de tot een jaar na het overlijden te zijnen behoeve te houden godsdienstige of levensbeschouwelijke plechtigheden.

  3. 3

    De schulden ten laste van de erflater kunnen slechts worden afgetrokken voor zover zij rechtens afdwingbaar zijn en alsdan behoudens het navolgende: a.lopende renten en andere periodieke verplichtingen, alsmede zakelijke belastingen, dijk- en polderlasten, molen- en sluisgelden en soortgelijke omslagen zijn slechts aftrekbaar tot en met de dag van het overlijden; b.belastingschulden kunnen niet worden afgetrokken, voor zover daarvoor ontheffing kan worden verkregen.

  4. 4

    Rechtsvorderingen tot nakoming van schulden, ten aanzien waarvan ten tijde van het overlijden de verjaringstermijn is verstreken, worden vermoed te zijn verjaard.

  5. 5

    Op de verkrijging wordt in mindering gebracht de inkomstenbelasting welke de verkrijger verschuldigd kan worden ter zake van: a.in het verkregen vermogen van een onderneming of een werkzaamheid begrepen reserves in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001; b.termijnen van verkregen, niet tot het vermogen van een onderneming behorende rechten die ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen opleveren (stamrechten); c.verkregen aandelen, winstbewijzen, bewijzen van deelgerechtigdheid en koopopties als bedoeld in artikel 4.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 die ingevolge die wet tot een aanmerkelijk belang behoren.

  6. 6

    De in het vijfde lid bedoelde belasting wordt gesteld op: a.30% van het bedrag van de reserves, voorzover het de oudedagsreserve betreft; b.20% van het bedrag van de overige reserves; c.30% van de waarde van de stamrechten; d.6,25% van de waarde van de aandelen, winstbewijzen, bewijzen van deelgerechtigdheid en koopopties, voorzover deze de verkrijgingsprijs daarvan in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 overtreft.

  7. 7

    Voor de toepassing van dit artikel: a.wordt met de houder van de in het vijfde lid, onderdeel c, genoemde vermogensbestanddelen gelijkgesteld degene die slechts is gerechtigd tot voordelen uit die vermogensbestanddelen en wordt zijn gerechtigdheid aangemerkt als een dergelijk vermogensbestanddeel; b.zijn de artikelen 4.5a en 4.5b van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:583Hoge Raad, 22 april 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Erfrecht. Verdeling. Procesrecht. Waardering overbedelingsvorderingen; waardedrukkende invloed van latente belastingclaim in verband met 'doorschuiven' (art. 4.17 (oud) Wet IB 2001). Contante waarde.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:999Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2021 (civiel recht)

    Erfrechtelijke zaak; tot de nalatenschap behorende aanmerkelijkbelangaandelen; toedeling activa aan echtgenote erflater ter uitvoering van testament erflater; omvang onderbedelingsvorderingen…

  • ECLI:NL:PHR:2021:835Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag in hoeverre recht van successie kan worden nagevorderd van belanghebbende, nu die jaren na het overlijden van erflater alsnog mede-erfgenaam is…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1106Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft heden conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 februari 2018, nr. BK-17/00832…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:1258Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding. Huurrecht woning. Roerende zaken. Waardering lijfrentepolis aan de hand van (uitvoeringsbesluit) Successiewet 1956.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:355Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Verrekening lijfrentepolis, verdeling woning, ontslagvergoeding en schenking.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:72Gerechtshof Den Haag, 22 januari 2026 (belastingrecht)

    Art. 8:56 Awb. Verzoek om uitstel van de zitting is afgewezen door zowel de Rechtbank als het Hof. Belanghebbende heeft geen redenen van voldoende gewicht aangevoerd. Art. 4:3, lid 1, letter d, BW.…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:4610Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 juli 2025 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding. Nevenvoorziening afwikkeling huwelijksvermogensstelsel. Toepasselijkheid Zweeds recht op het huwelijksvermogensstelsel. Diverse geschilpunten. Pensioenverrekening; toepasselijkheid…

80 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.