Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 13a SW

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Indien aandelen in of winstbewijzen van een vennootschap welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld in waarde zijn gestegen door het overlijden van de erflater en deze aandelen of winstbewijzen worden gehouden door een ander dan de erflater, worden deze geacht door de houder krachtens erfrecht te zijn verkregen, waarbij deze aandelen of winstbewijzen voor het bedrag van de bedoelde waardestijging in aanmerking worden genomen.

  2. 2

    Het eerste lid vindt slechts toepassing indien: a.de aandelen of winstbewijzen behoren tot een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en b.de houder van de aandelen of winstbewijzen de partner van de erflater is of behoort tot diens bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad of hun partners.

  3. 3

    Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde waardestijging blijven buiten aanmerking verplichtingen die in verband met het overlijden van de erflater ontstaan, voorzover deze middellijk of onmiddellijk een waardedrukkend effect hebben op de waarde van de aandelen of winstbewijzen, behoudens voorzover deze verplichtingen leiden tot verkrijgingen die ten gevolge van het overlijden van de erflater op grond van deze wet in de heffing worden betrokken of zijn vrijgesteld.

  4. 4

    Indien een verplichting die ingevolge het derde lid buiten aanmerking blijft, aanleiding geeft tot inkomsten die bij een in het eerste lid bedoelde houder op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 in de heffing worden betrokken, wordt de door die houder daarover verschuldigde inkomstenbelasting in mindering gebracht op de bij die houder in aanmerking te nemen waardestijging.

  5. 5

    Voor de toepassing van dit artikel zijn de artikelen 4.3 tot en met 4.5b van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2019:235Hoge Raad, 15 februari 2019 (belastingrecht)

    Artikel 13a, lid 1, Successiewet. Fictieve verkrijging. Waardestijging aandelen door overlijden na ziekte.

  • ECLI:NL:PHR:2018:1106Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft heden conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 februari 2018, nr. BK-17/00832…

  • ECLI:NL:HR:2017:3139Hoge Raad, 15 december 2017 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BD0236Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2009 (belastingrecht)

    - Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10, 4.11 en 4.17 - artikel 56 EG - niet-inwoner van Nederland erft van AB-houder een pakket van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5371Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026 (belastingrecht)

    Aanslag erfbelasting, artikel 13a van de SW

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5372Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026 (belastingrecht)

    Aanslag erfbelasting, artikel 13a van de SW

  • ECLI:NL:GHDHA:2018:234Gerechtshof Den Haag, 9 februari 2018 (belastingrecht)

    In geschil is of de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag terecht een fictieve verkrijging in aanmerking heeft genomen. Belanghebbende beantwoordt de vraag ontkennend en de Inspecteur in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:11204Rechtbank Den Haag, 1 september 2017 (belastingrecht)

    Erfbelasting, fictieve verkrijging In mei 2015 is geconstateerd dat erflaatster ongeneeslijk ziek was en nog enkele maanden te leven had. Op 31 juli 2015 is zij overleden. De zoon (erfgenaam) van…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.