Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 35b SW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Indien tot de verkrijging ondernemingsvermogen behoort als bedoeld in artikel 35c, dat wordt verkregen in het kader van een bedrijfsopvolging als bedoeld in het vijfde lid, wordt op verzoek van de verkrijger een voorwaardelijke vrijstelling verleend van: a.indien de totale waarde van het ondernemingsvermogen van de objectieve onderneming waarop de verkrijging betrekking heeft € 1.543.500 niet te boven gaat: 100%; b.in alle overige gevallen: 1°. indien de liquidatiewaarde van het ondernemingsvermogen van de objectieve onderneming waarop de verkrijging betrekking heeft hoger is dan de waarde going concern: 100 percent van het verschil tussen liquidatiewaarde en lagere waarde going concern; 2°. voor zover de totale waarde van het ondernemingsvermogen van de objectieve onderneming waarop de verkrijging betrekking heeft, na toepassing van hetgeen is bepaald onder 1°, € 1.543.500 niet te boven gaat: 100%, en 3°. voor zover de totale waarde van het ondernemingsvermogen van de objectieve onderneming waarop de verkrijging betrekking heeft, na toepassing van hetgeen is bepaald onder 1°, € 1.543.500 te boven gaat: 75%. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot hetgeen voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een objectieve onderneming. Daarbij kan worden bepaald in hoeverre tot die objectieve onderneming tevens worden gerekend vermogensbestanddelen die worden ter beschikking gesteld aan een samenwerkingsverband en vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel d.

  2. 2

    Op verzoek van de verkrijger wordt voorts de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen na aftrek van het bedrag van de voorwaardelijke vrijstelling aangemerkt als geconserveerde waarde, dit met het oog op de toepassing van artikel 25, twaalfde lid, van de Invorderingswet 1990.

  3. 3

    De belasting over de geconserveerde waarde wordt bepaald op het verschil tussen de belasting over de belaste verkrijging en de belasting over de belaste verkrijging verminderd met deze geconserveerde waarde.

  4. 4

    Indien het ondernemingsvermogen is verkregen onder een last of tegen een tegenprestatie, wordt voor de toepassing van dit artikel die last of tegenprestatie niet in mindering gebracht op de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen.

  5. 5

    Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder een bedrijfsopvolging verstaan: een verkrijging van ondernemingsvermogen als bedoeld in artikel 35c, van een erflater of schenker die voldoet aan de bezitstermijn als bedoeld in artikel 35d, mits de verkrijger gedurende drie jaren voldoet aan het voortzettingvereiste, bedoeld in artikel 35e, en, indien sprake is van schenking, op het tijdstip van de verkrijging 21 jaar of ouder is.

  6. 6

    Ingeval op enig tijdstip binnen drie jaren na de verkrijging van het ondernemingsvermogen niet meer of niet meer geheel wordt voldaan aan het voortzettingvereiste, vervalt in zoverre de voorwaardelijke vrijstelling.

  7. 7

    De verzoeken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gelijktijdig met de aangifte gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:983Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 september 2026 inzake: 25/03966 ECLI:NL:PHR:2026:912 , 25/03967 ECLI:NL:PHR:2026:914 , 25/03968 ECLI:NL:PHR:2026:915 en 25/03969…

  • ECLI:NL:HR:2026:137Hoge Raad, 30 januari 2026 (belastingrecht)

    Schenkbelasting; artikel 35d, lid 1, letter c, SW, artikel 9(2) URSE; bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), bezitseis ten aanzien van de onderneming, vervolg op HR BNB 2023/97, bewijslastverdeling.

  • ECLI:NL:PHR:2025:853Parket bij de Hoge Raad, 22 augustus 2025 (belastingrecht)

    Vpb-plicht gemeente voor (i) verkoop reclameconcessies en (ii) hypothecaire leningverstrekking aan personeel? Normaal vermogensbeheer? Actieve afbouw van de hypotheekportefeuille. Hof oordeelt anders…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1114Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Vervolg op HR BNB 2023/97 ECLI:NL:HR:2023:647 . Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR); schenking van aandelen in 2013 na ruziesplitsing in 2011. Uitleg verwijzingsarrest: leidt uitbreiding van subjectieve…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7210Rechtbank Gelderland, 25 september 2026 (belastingrecht)

    Doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Gemengd gebruik. Keuzevermogen voor de inkomstembelasting. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbenden aannemelijk hebben gemaakt dat een tot het vermogen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7211Rechtbank Gelderland, 25 september 2026 (belastingrecht)

    Doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Gemengd gebruik. Keuzevermogen voor de inkomstembelasting. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbenden aannemelijk hebben gemaakt dat een tot het vermogen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5958Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juli 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft in 2020 van zijn vader een schenking ontvangen van alle aandelen in een vennootschap. Tot het vermogen van de vennootschap behoren een aantal in Nederland gelegen onroerende…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3418Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 mei 2026 (belastingrecht)

    Erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling. Materiële onderneming?

177 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.