Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 11 SW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Indien het aandeel van een persoon in goederen ten gevolge van een vennootschapsovereenkomst bij zijn leven hetzij verblijft of kan worden toegedeeld aan, hetzij kan worden overgenomen door de deelgenoten of één of meer van hen, wordt het verbleven, toegedeelde of overgenomen aandeel voor de toepassing van deze wet geacht krachtens schenking te zijn verkregen. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op goederen waaromtrent een vennootschapsovereenkomst is gesloten krachtens welke die goederen van de rechthebbende zullen toebehoren aan of kunnen worden overgenomen door de overige contractanten of één of meer van hen.

  2. 2

    Indien het aandeel van een erflater in goederen ten gevolge van een overeenkomst bij zijn overlijden hetzij verblijft of kan worden toegedeeld aan, hetzij kan worden overgenomen door de deelgenoten of één of meer van hen, wordt het verbleven, toegedeelde of overgenomen aandeel voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op goederen waaromtrent een overeenkomst is gesloten krachtens welke die goederen bij overlijden van de rechthebbende zullen toebehoren aan of kunnen worden overgenomen door de overige contractanten of één of meer van hen, alsmede op goederen waaromtrent door de erflater een verplichting tot levering is aangegaan en de levering plaatsvindt bij overlijden of een daarmee verband houdend tijdstip.

  3. 3

    Al wat is schuldig erkend of kwijtgescholden onder voorwaarde van overleving van degene aan wie is schuldig erkend of kwijtgescholden, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen.

  4. 4

    Hetgeen aan een echtgenoot bij ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap, meer toekomt dan de helft van die gemeenschap of, in geval van een verrekenbeding, hetgeen aan een echtgenoot meer toekomt dan de helft van de te verrekenen som, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen: a.in geval van ontbinding of verrekening bij overlijden: geacht van de andere echtgenoot te zijn verkregen krachtens erfrecht door diens overlijden; b.in geval van ontbinding of verrekening tijdens leven: geacht van de andere echtgenoot te zijn verkregen krachtens schenking.

  5. 5

    Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verrekening op grond van een beding dat is overeengekomen door personen die op het moment van verrekening partners als bedoeld in artikel 1a zijn of zijn geweest.

  6. 6

    Het eerste en het tweede lid zijn uitsluitend van toepassing indien de verkrijger de partner is van de schenker of de erflater of behoort tot diens bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad of hun partners.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:239Hoge Raad, 16 februari 2024 (belastingrecht)

    Schenking bij aangaan van huwelijkse voorwaarden? Fraus legis. Artikel 11 SW; verblijvensbeding.

  • ECLI:NL:PHR:2023:188Parket bij de Hoge Raad, 17 februari 2023 (belastingrecht)

    Ongelijke verdeling bij huwelijkse voorwaarden; schenking, fraus legis en verblijvensbeding. A-G IJzerman heeft conclusie genomen over een wijziging bij huwelijksvoorwaarden van de gerechtigdheid in…

  • ECLI:NL:PHR:2022:235Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Beding in huwelijkse voorwaarden; uitkering aan echtgenote uit hoofde van nakoming natuurlijke verbintenis; uitkering bij overlijden of bij echtscheiding; quasi-legaat in zin art. 4:126 lid…

  • ECLI:NL:HR:2020:476Hoge Raad, 3 april 2020 (belastingrecht)

    art. 12, art. 7, lid 2, en art. 27 Successiewet. Verrekening schenkbelasting met erfbelasting bij schenking binnen 180 dagen voor overlijden. Toerekening schenkbelasting bij schenkingen binnen en…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:3255Rechtbank Gelderland, 28 mei 2024 (belastingrecht)

    Erfbelasting. Huwelijkse voorwaarden. Verkrijging krachtens huwelijksvermogensrecht. Geen (fictieve) verkrijging krachtens erfrecht (artikel 11 Successiewet 1956)

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:96Gerechtshof Amsterdam, 4 januari 2022 (belastingrecht)

    Het beroep van de inspecteur op fraus legis slaagt. De huwelijkse voorwaarden tussen erflater en belanghebbende worden geacht te zijn aangegaan in het zicht van overlijden. Hierdoor is sprake van een…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:9677Rechtbank Noord-Holland, 20 november 2020 (belastingrecht)

    De termijnoverschrijding is verschoonbaar nu de uitspraak op bezwaar een onjuiste rechtsmiddeelnclausule bevat. Ten aanzien van het aangaan van de huwelijkse vorwaarden is geen sprake van een…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:1673Gerechtshof Amsterdam, 25 juni 2020 (belastingrecht)

    Erfbelasting; vermindering van erfbelasting; fictieve verkrijging

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.