Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 9 SW

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    Geldvorderingen die zijn ontstaan als gevolg van een verkrijging krachtens erfrecht worden ongeacht de hoogte van de rente die zij op grond van een uiterste wilsbeschikking of op grond van een rentevaststelling als bedoeld in artikel 1, derde lid, dragen, in aanmerking genomen voor ten hoogste de nominale waarde.

  2. 2

    Ingeval een geldvordering als bedoeld in het eerste lid ten gevolge van of na het overlijden van de schuldenaar opeisbaar wordt, onderscheidenlijk tijdens het leven van de schuldenaar opeisbaar wordt of wordt afgelost, en deze vordering op grond van een uiterste wilsbeschikking of op grond van een rentevaststelling als bedoeld in artikel 1, derde lid, een rentebestanddeel bevat dat hoger is dan indien de vordering een samengestelde rente had gedragen naar het percentage, bedoeld in artikel 21, veertiende lid, wordt het deel van de rente dat uitgaat boven de rente die bij het hiervoor bedoelde percentage zou zijn opgebouwd, zonodig in afwijking van artikel 1, derde lid, voor de toepassing van deze wet geacht door de schuldeiser krachtens erfrecht, onderscheidenlijk krachtens schenking te zijn verkregen van de schuldenaar.

  3. 3

    In afwijking van het tweede lid wordt het deel van de rente, bedoeld in dat lid, dat wordt betaald door de uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19 of 21 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, bij het overlijden van de langstlevende ouder of stiefouder, bedoeld in die artikelen, geacht krachtens erfrecht van die ouder of stiefouder te zijn verkregen. Op het moment dat de ouder of stiefouder afziet van het vruchtgebruik, bedoeld in de artikelen 19 of 21 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel daarvan afstand doet, is het bepaalde in de eerste volzin niet of niet langer van toepassing en wordt de in de eerste volzin bedoelde rente geacht krachtens schenking van de langstlevende ouder of stiefouder te zijn verkregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:235Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Beding in huwelijkse voorwaarden; uitkering aan echtgenote uit hoofde van nakoming natuurlijke verbintenis; uitkering bij overlijden of bij echtscheiding; quasi-legaat in zin art. 4:126 lid…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2271Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2015 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X] tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2014, nr. BK-14/00171, ECLI:NL:GHDHA:2014:4101.…

  • ECLI:NL:HR:2015:1673Hoge Raad, 19 juni 2015 (belastingrecht)

    Successiewet. Invoering art. 9, lid 2, SW zonder eerbiedigende werking is niet in strijd met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.

  • ECLI:NL:HR:2010:BM0419Hoge Raad, 15 oktober 2010 (belastingrecht)

    Art. 1, lid 1, 2o, en art. 5, lid 3 en 4, SW. Tot de nalatenschap van Duitse erflater, die met zijn echtgenote in ‘Zugewinngemeinschaft’ was gehuwd, behoort een in Nederland gelegen vakantiewoning.…

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:5810Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 september 2017 (belastingrecht)

    Art. 35d SW; art. 9 UR SW; art. 3.65 IB; aanslagen SW; Aan belanghebbenden zijn aanslagen erfbelasting opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur daarbij terecht de toepassing van de BOR…

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:2774Gerechtshof Amsterdam, 3 juli 2014 (belastingrecht)

    Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de Inspecteur terecht en tot het juiste bedrag een fictieve verkrijging heeft aangenomen als bedoeld in artikel 9, lid 2, Sw.

  • ECLI:NL:RBNHO:2013:7335Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2013 (belastingrecht)

    De wetgever is met de invoering van artikel 9 van de Sw, zonder te voorzien in overgangsrecht in het geval sprake is van een overbedelingsschuld, binnen de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid…

  • ECLI:NL:RBARN:2011:BR4825Rechtbank Arnhem, 11 augustus 2011 (belastingrecht)

    In geschil is of de in de aangifte successierecht opgenomen schuld in mindering kan worden gebracht op de nalatenschap van erflater. De grief van eiseres, dat dit in strijd is met het…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.