Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 46 SW

Geldt sinds 1 januari 2010

De inspecteur stelt de termijn voor het doen van aangifte voor de schenkbelasting zodanig vast, dat deze niet eerder verstrijkt dan twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:733Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2023 (belastingrecht)

    Art. 1 SW; art. 7:186 BW. Leidt het verstrekken van een onzakelijke lening ‘opzij’ in een familierelatie tot een schenking (onder opschortende voorwaarde)? Een vennootschap waarvan de vader van…

  • ECLI:NL:PHR:2007:AV0426Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2007 (belastingrecht)

    Schenking onder opschortende voorwaarde; tijdstip totstandkoming i.v.m. artikel 3, lid 1, SW.

  • ECLI:NL:RBARN:2006:BD2935Rechtbank Arnhem, 26 oktober 2006 (belastingrecht)

    Recht van schenking. Door zoon aan ouders verleend gebruiksrecht op dure woning vormt een schenking

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.