Aanbestedingswet 2012

AanbW 2012

Huidige tekst

Artikel 3.36 AanbW 2012

Geldt sinds 1 juli 2018

  1. 1

    Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien: a.bij toepassing van de openbare of niet-openbare procedure, de onderhandelingsprocedure met aankondiging, de concurrentiegerichte dialoog of het innovatiepartnerschap geen of geen geschikte inschrijvingen of geen of geen geschikte verzoeken tot deelneming zijn ingediend en de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd; b.een opdracht uitsluitend ten behoeve van onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling wordt geplaatst en zonder winstoogmerk dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken, voor zover de plaatsing van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een aankondiging wordt gedaan voor latere opdrachten die dit doel in het bijzonder beogen; c.de speciale-sectoropdracht slechts door een bepaalde ondernemer kan worden verricht, omdat: 1°. de aanbesteding als doel heeft het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of een unieke artistieke prestatie, 2°. mededinging om technische redenen ontbreekt, of 3°. uitsluitende rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten, moeten worden beschermd en geen redelijk alternatief of substituut bestaat; d.voor zover zulks strikt noodzakelijk is, ingeval de termijnen van de niet-openbare procedure, de openbare procedure of de onderhandelingsprocedure met aankondiging wegens dwingende spoed niet in acht kunnen worden genomen als gevolg van gebeurtenissen die door het speciale-sectorbedrijf niet konden worden voorzien en niet aan het speciale-sectorbedrijf zijn te wijten.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt: a.een inschrijving ongeschikt geacht indien zij niet relevant is voor de speciale-sectoropdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de aanbestedingsstukken omschreven behoeften en eisen van het speciale-sectorbedrijf; b.een verzoek tot deelneming ongeschikt geacht indien de betrokken onderneming overeenkomstig artikel 3.65, derde tot en met vijfde lid, moet of kan worden uitgesloten of niet aan de selectiecriteria, bedoeld in artikel 3.65, tweede lid, voldoet.

  3. 3

    Het eerste lid, onderdeel c, onder 2° en 3° is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2017:10927Rechtbank Rotterdam, 13 december 2017 (civiel recht)

    Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2016:1676; aanbesteding; bewijswaardering. Gedaagde slaagt niet in het haar opgedragen bewijs in conventie. Gedaagde kon overgaan tot een onderhandelingsprocedure zonder…

  • ECLI:NL:RBROT:2016:1676Rechtbank Rotterdam, 2 maart 2016 (civiel recht)

    Aanbesteding. Gedaagde (een speciale-sector bedrijf) schrijft in 2013 een aanbesteding uit voor herstelwerkzaamheden in een windmolenpark door middel van een onderhandelingsprocedure zonder…

  • ECLI:NL:RBROT:2015:1679Rechtbank Rotterdam, 9 maart 2015 (civiel recht)

    Binnen dit kort geding is voldoende aannemelijk geworden dat Eneco op grond van artikel 3.39 AW een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging mocht doorlopen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.