Aanbestedingswet 2012

AanbW 2012

Huidige tekst

Artikel 2.86 AanbW 2012

Geldt sinds 2 maart 2022

  1. 1

    Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken die bij de aanbestedende dienst bekend is als gevolg van verificatie overeenkomstig de artikelen 2.101, 2.102 en 2.102a dan wel uit anderen hoofde, uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van: a.deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (PbEU 2008, L 300); b.omkoping in de zin van artikel 3 van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (PbEU 1997, C 195) en van artikel 2, eerste lid, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector (PbEU 2003, L 192); c.fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (PbEG 1995, C 316); d.witwassen van geld in de zin van artikel 1 van richtlijn nr. 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (PbEG L 1991, L 166) zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG L 2001, 344); e.terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten in de zin van de artikelen 1, 3 en 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2003 inzake terrorismebestrijding (PbEU 2002, L 164); f.kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ (PbEU 2011, L 101).

  3. 3

    Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver tevens uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien jegens een persoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan of die daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft, een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft.

  4. 4

    Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver voorts uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien de aanbestedende dienst ervan op de hoogte is dat bij onherroepelijke en bindende rechterlijke of administratieve beslissing overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar de gegadigde of de inschrijver is gevestigd of overeenkomstig nationale wettelijke bepalingen is vastgesteld dat de ondernemer niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of sociale zekerheidspremies.

  5. 5

    Het vierde lid is niet van toepassing indien de gegadigde of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of sociale zekerheidspremies te betalen, met inbegrip van lopende rente of boetes indien toepasselijk, of een bindende regeling tot betaling daarvan te treffen.

  6. 6

    Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 134a, 140, 140a, 177, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b, 273f, 285, derde lid, 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht, of veroordelingen wegens overtreding van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijven, indien aan het bepaalde in dat artikel is voldaan.

  7. 7

    De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uitspraken die in de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27114Rechtbank Den Haag, 5 december 2025 (aanbestedingsrecht)

    Aanbesteding. Vordering afgewezen. Geen sprake van ernstige beroepsfout en afleggen van valse verklaring. Geen reden tot uitsluiting winnende inschrijving.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:5427Rechtbank Gelderland, 7 juli 2025 (aanbestedingsrecht)

    Kort geding. Aanbesteding. Geen transparante geschiktheidseis. Doordat WSRL zowel aanbestedende dienst als referent is, ligt daardoor willekeur op de loer. Kans op strijd met het gelijkheidsbeginsel.…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:720Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 maart 2025 (aanbestedingsrecht)

    Kwalificeert het (herhaaldelijk) overtreden van administratieve voorschriften (milieuwetgeving) als een ernstige fout in de zin van de Aanbestedingswet? Welke gevolgtrekking mag een aanbestedende…

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:4802Rechtbank Overijssel, 27 november 2023 (civiel recht)

    De rechtbank staat partij toe tussen te komen, wijst het door eiser en partij gevorderde af en veroordeelt eiser in de proceskosten. In deze procedure lag ter beoordeling of partij had voldaan aan de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:9054Rechtbank Den Haag, 21 juli 2021 (verbintenissenrecht)

    Geen rechtsgeldige ontbinding van duurovereenkomst tussen partijen zonder ingebrekestelling. Ontbinding door gedaagde van de overeenkomst is op twee pijlers gebaseerd. Ten eerste de stelling dat…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:851Gerechtshof Den Haag, 31 maart 2020 (aanbestedingsrecht)

    Begrip ernstige fout. Voldoende maatregelen om vertrouwen te herstellen?

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:14608Rechtbank Den Haag, 5 december 2019 (aanbestedingsrecht)

    Aanbesteding ICT-medewerkers; eiseres op goede gronden van verdere deelname aan aanbestedingsprocedure uitgesloten. Sprake van ernstige fout in eerdere aanbestedingsprocedure (valse…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:4930Rechtbank Den Haag, 14 april 2017 (aanbestedingsrecht)

    Aanbestedingsrecht; gehanteerde beoordelingssystematiek en motivering voorlopige gunningsbeslissingen kunnen toets der kritiek doorstaan; motiverings- en transparantiebeginsel in acht genomen.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.