Aanbestedingswet 2012

AanbW 2012

Huidige tekst

Artikel 2.114 AanbW 2012

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    De aanbestedende dienst gunt een overheidsopdracht op grond van de naar het oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving.

  2. 2

    De economisch meest voordelige inschrijving wordt door de aanbestedende dienst vastgesteld op basis van de: a.beste prijs-kwaliteitverhouding, b.laagste kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten, bedoeld in artikel 2.115a, of c.laagste prijs.

  3. 3

    Bij de toepassing van het eerste lid geschiedt de gunning op grond van onderdeel a van het tweede lid.

  4. 4

    Een aanbestedende dienst kan, in afwijking van het derde lid, gunnen op grond van onderdeel b of onderdeel c van het tweede lid. In dat geval motiveert de aanbestedende dienst de toepassing van dat criterium in de aanbestedingsstukken.

  5. 5

    Het vaststellen van de economisch meest voordelige inschrijving uitsluitend op basis van het gunningscriterium, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of onderdeel c, is niet toegestaan ten aanzien van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën aanbestedende diensten en soorten opdrachten.

  6. 6

    De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2016:3761Rechtbank Overijssel, 30 september 2016 (civiel recht)

    Kort geding. Aanbesteding. Niet gebleken dat de Provincie op een onjuiste of onvoldoende transparante wijze invulling geeft aan het door haar gehanteerde EMVI-gunningscriterium. De Provincie heeft…

  • ECLI:NL:RBMNE:2016:3518Rechtbank Midden-Nederland, 30 juni 2016 (civiel recht)

    Aanbesteding Regiotaxi Utrecht Vervoer. Gunningscriterium emvi. Onderlinge verhouding prijs en kwaliteit. Ruime beleidsvrijheid voor aanbestedende dienst – zij mag bepalen hoeveel onderling relatief…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:2287Rechtbank Amsterdam, 13 april 2016 (civiel recht)

    Kort geding. Aanbesteding. Vorderingen afgewezen. Geen strijd met aanbestedingsrecht.

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:14662Rechtbank Den Haag, 16 december 2015 (civiel recht)

    Inhoudsindicatie: Gebod tot heraanbesteding. Loting tussen veertien van de achttien inschrijvers. De beoordelingsmethodiek heeft niet geleid tot gunning op basis van een vergelijkende beoordeling.

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:5527Rechtbank Den Haag, 28 april 2015 (aanbestedingsrecht)

    Kort geding; schorsende werking cassatieberoep 552 a Sv; eisers maken bezwaar tegen afgifte van (privacygevoelige) gegevens aan verdachten in een strafzaak. Het beklag van eisers op de voet van 552a…

  • ECLI:NL:RBGEL:2014:454Rechtbank Gelderland, 24 januari 2014 (civiel recht)

    Aanbestedingsrecht. In aanbestedingsstukken gekozen voor het uitgangspunt van art. 2.114 lid 1 Aanbestedingswet 2012 (EMVI). Door uitwerking subcriteria in werkelijkheid gekozen voor het criterium…

  • ECLI:NL:RBNNE:2013:7367Rechtbank Noord-Nederland, 29 november 2013 (civiel recht)

    Aanbesteding onder de Aanbestedingswet 2012. Economisch meest voordelige inschrijving. Ruime discretionaire bevoegdheid aanbestedende dienst.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.