Pensioenwet

PW

Huidige tekst

Artikel 2 PW

Geldt sinds 1 juli 2023

Nadere bepalingen definities 1 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over hetgeen onder de directeur-grootaandeelhouder wordt verstaan. 2 Met een pensioenovereenkomst wordt gelijkgesteld: a.de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een werkgever en een werknemer met betrekking tot pensioen in geval van deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op basis van een verplichtstelling; en b.de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een overheidswerkgever en een overheidswerknemer als bedoeld in de Wet privatisering ABP met betrekking tot pensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4 en 5 van die wet. 3 Bij regeling van Onze Minister kan een categorie van personen, niet zijnde werknemers, die werkt in een arbeidsverhouding waarbij tegen beloning persoonlijke arbeid wordt verricht, worden aangewezen die voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met werknemers. 4 Een geldelijke uitkering voor een gewezen werknemer die wordt gedaan bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom in verband met vervroegde uittreding is geen pensioen in de zin van deze wet, indien die uitkering: a.uiterlijk eindigt op de datum waarop volgens de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat, bij het bereiken van de pensioenleeftijd voor het levenslange ouderdomspensioen of bij eerder overlijden en die gebaseerd is op een overeenkomst die alleen aanspraak op een uitkering toekent aan degenen die tijdens de looptijd van de regeling, welke ten hoogste vijf jaar bedraagt, een bepaalde leeftijd hebben bereikt; of b.gebaseerd is op de Wet kaderregeling Vut overheidspersoneel. 5 Een geldelijke uitkering voor een gewezen werknemer bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom is geen pensioen in de zin van deze wet wanneer deze uitkering is gebaseerd op een regeling: a.die leidt tot uitkeringen vanaf een bepaalde leeftijd aan werknemers die werkzaamheden verrichten die door de werkgever als substantieel bezwarend zijn aangemerkt; b.die leidt tot een uitkering die uiterlijk eindigt op de datum waarop volgens de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat, bij het bereiken van de pensioenleeftijd voor het ouderdomspensioen of bij eerder overlijden; en c.die bij regeling van Onze Minister is aangewezen. 6 Een uitkering voor een gemoedsbezwaarde als bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen is geen pensioen in de zin van deze wet. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aanvullingen op een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die geen arbeidsongeschiktheidspensioen zijn als bedoeld in artikel 1 worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheidspensioen als bedoeld in dat artikel. 8 De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 9 Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 2a, 4, 7 tot en met 29, 31, 35 tot en met 53, 55 tot en met 95, 97 en 98 van deze wet. 10 Een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geen pensioen in de zin van deze wet. 11 Voor de toepassing van de artikelen 63c, 103, eerste en tweede lid, 137, derde lid, onderdeel a, 148a, 149 en 150, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. 12 Onder pensioenovereenkomst wordt mede verstaan hetgeen tussen een werkgever en een gewezen werknemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde is overeengekomen betreffende pensioen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1082Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2024 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3:308 BW). Vervolg op HR 9 april 2021…

  • ECLI:NL:HR:2022:328Hoge Raad, 25 februari 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Art. 369 lid 4 Fw. Is de WHOA van toepassing op vorderingen van bedrijfstakpensioenfondsen voor achterstallige…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1152Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Vallen de vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds bestaande uit achterstallige pensioenpremies, op grond van art. 369 lid 4 Fw – de…

  • ECLI:NL:PHR:2018:741Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2018 (civiel recht)

    Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:5232Rechtbank Den Haag, 5 juni 2020 (arbeidsrecht)

    WWZ, bestuurder, besluit ava en einde dienstbetrekking, verzoek billijke vergoeding niet-ontvankelijk, pensioenverplichtingen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2017:241Gerechtshof Den Haag, 14 februari 2017 (civiel recht)

    Vordering van zeevarenden tot schadevergoeding wegens het niet nakomen van de pensioentoezeggingen door de werkgever is bevoorrecht op de schepen waarop zij hebben gewerkt met voorrang boven…

  • ECLI:NL:PHR:2016:851Parket bij de Hoge Raad, 12 augustus 2016 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Overgang van onderneming en Wet verplichte deelneming bedrijfspensioenfondsen. Vordering van bedrijfstakpensioenfonds op nieuwe werkgever (verkrijger) ter zake van pensioenpremies die…

  • ECLI:NL:GHARL:2015:6384Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 september 2015 (civiel recht)

    Tussentijds hoger beroep. Overgang van onderneming. Door vervreemder vóór de overgang van onderneming onbetaald gelaten pensioenpremies. Zelfstandig vorderingsrecht bedrijfstakpensioenfonds?

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.